home discussie recensies lezingen   links de Italiaanse revolutie    
nrc.nl prometheus

Dit boek is verschenen in 1996. Veel eruit is nog steeds van kracht,
maar zie 'Het land van de krul' voor een recenter beeld van Italië.

 

6 Vergogna

 

Een zachte lenteochtend in Verona. Het is zondagmorgen, en tientallen

mensen genieten van het mooie weer door wat op en neer te kuieren op het brede

trottoir naast de Romeinse Arena. De meesten hebben hun zondagse kleren aan en

zijn net naar de mis geweest - Verona ligt in de `witte' regio Veneto,

vanouds een bolwerk van de christen-democraten. 's Zomers wordt dit plein in

beslag genomen door toeristen die komen kijken naar de Aïda, naar

Turandot of La Traviata. Nu is de stad van de Veronezen zelf. Ze

genieten er zichtbaar van.

Achter deze zondagsrust, achter dit bedaagde gekuier en vriendelijke gegroet naar

bekenden, schuilt een diepe wrok. Ineens kan die tot uitbarsting komen. Het is

voldoende als iemand zwaait met de krant of wijst naar het gemeentehuis, waarop

iemand met grote zwarte letters Conso sei stronzo heeft gekalkt -

Conso, je bent een klootzak. Conso staat voor Giovanni Conso, de minister van

Justitie die een dag eerder een decreet heeft ingediend voor een gedeeltelijke

amnestie in het smeergeldschandaal.

 Heel Italië komt deze zondag in opstand. Het is de roerigste dag van de

Italiaanse revolutie, samen met de dag waarop het parlement besluit Craxi te

beschermen tegen de justitie en die waarop premier Berlusconi probeert met een

decreet de smeergeldonderzoeken te blokkeren. De faxen en telefooncentrales bij

president Scalfaro en bij de premier staan roodgloeiend, en op veel plaatsen

worden demonstraties gehouden. Aan het eind van de dag speelt Scalfaro zijn rol

van vader des vaderlands door aan te kondigen dat hij het decreet niet zal

ondertekenen.

 

Ook Verona, het kalme, bedaagde Verona, een van die middelgrote steden in het

noorden van Italië waar het leven goed is, trilt van verontwaardiging. Het is

niet de rauwe woede van de protestpartij Lega Nord. De mensen praten kalm, zien

nuances. `We moeten niet heel de politiek failliet verklaren,' zegt een vrouw in

een lange lichte bontjas - de sociale outcasts zijn hier de vrouwen die géén

bont dragen. `Er zijn genoeg jongeren die de plaats van de oude garde kunnen

opvullen.' Maar de kritiek is er niet minder om. Geen enkel pardon voor de

politici die van corruptie worden verdacht. `Het is onaanvaardbaar dat iemand die

jarenlang heeft gestolen, daarvoor niet wordt gestraft,' zegt een man van

middelbare leeftijd fel. `We moeten daar geen enkel pardon mee hebben. Ze moeten

allemaal tegen de muur.'

Op mijn ongelovige blik herhaalt hij het nog een keer. `Allemaal tegen de muur.'

Het is een refrein dat overal te horen is in de groepjes die her en daar staan

te praten. De bejaarde man in zijn kasjmier jas zegt het en de middelbare vrouw

in het bont. Ook de punk die wat verdwaald tussen deze nette burgers rondloopt,

verklaart dat hij het niet zo heeft gevolgd maar dat de kogel het enige is dat

corrupte politici verdienen.

Het is de woede van een stad die zich bedrogen voelt. Verona is onderbelicht

gebleven in de corruptie-affaire, maar hier zijn relatief gezien meer

mensen gearresteerd dan in Milaan. Bijna iedere dag wordt een nieuw hoofdstuk

geschreven in wat een plaatselijke krant de val van de goden heeft genoemd. Als

de socialisten moeten verhuizen uit hun oude partijbureau omdat ze dat, zonder

smeergeld en met een dalend ledental, niet meer kunnen betalen en onderdak zoeken

in een appartement in een flatgebouw, proberen medebewoners hun komst

tegen te houden. Ze doen een beroep op de anti-prostitutiebepaling uit het

huisreglement die `immorele activiteit' verbiedt - overigens tevergeefs.

Op een bank in het parkje bij de Arena verklaart Nadir Welponer de volgende dag

in een donkerblauwe houtje-touwtje-jas de woede van zijn stad. Welponer, lid van

de ex-communistische Democratische Partij van Links, is een voormalige

metaalarbeider die is uitgegroeid tot de Savonarola van Verona. Jarenlang heeft

hij informatie verzameld over de plaatselijke corruptie, stukken uitgeknipt,

dossiers aangelegd. Nu ook hier de smeergeldschandalen zijn losgebarsten, is hij

een belangrijke vraagbaak geworden voor de justitie.

Op het gemeentehuis is de slogan tegen minister Conso die nacht weggeveegd:

Verona is een propere stad. Maar de woede van de bevolking is niet zo makkelijk

uit te vlakken. `Onze stad is de afgelopen jaren gedomineerd door zo'n vijftig,

zestig mensen, ondernemers, politici, bankdirecteuren,' vertelt Welponer. In zijn

ogen is Verona nog erger dan Milaan. `Hier lopen alle functies door elkaar. Een

partijsecretaris is tegelijkertijd wethouder of loco-burgemeester, is

tegelijkertijd een ondernemer, en dan leidt hij ook nog een grote

verzekeringsmaatschappij in onze stad of staat hij aan het hoofd van een openbaar

nutsbedrijf. Eén man doet vier, vijf dingen tegelijkertijd. Dat heeft geleid tot

een concentratie van de macht in weinig handen.'

Daarom kom je steeds dezelfde mensen tegen bij de openbare werken die in Verona

zijn uitgevoerd. En dat zijn er veel geweest: de verbetering van het stadion en

de aanleg van wegen in verband met het wereldkampioenschap voetbal in

 1990, de bouw van vuilverbrandingsovens aan de rand van de stad, de

uitbreiding van het ziekenhuis. Welponer schat dat er in een paar jaar meer dan

een miljard gulden aan openbare werken is besteed. Daarvan is volgens hem tussen

de vijftig en honderd miljoen gulden terechtgekomen in de zakken van corrupte

politici en ondernemers. `De hoofdrolspelers waren steeds dezelfde. Politici

zorgden ervoor dat de administratieve aktes van de gemeente werden goedgekeurd,

ingenieursbureaus verzorgden de planning, en het werk werd uitgevoerd door

bepaalde ondernemers. Samen spraken ze af hoeveel smeergeld er zou worden betaald

en hoe dat moest worden verdeeld.'

Een voorbeeld is de nieuwe vleugel van het ziekenhuis, een opdracht van meer dan

twintig miljoen gulden. `De leiders van de christen-democraten en de socialisten

gingen om de tafel zitten met drie bedrijven. Ze verzekerden hun dat ze de

opdracht zouden krijgen en vroegen in ruil daarvoor een percentage van ongeveer

zes procent.' Een ander voorbeeld zijn de vuilstortplaatsen, waarover vaak twee

keer smeergeld is betaald. Op veel plaatsen in de heuvels rondom Verona vertoont

het landschap grote gaten: stukken grond ter grootte van een paar voetbalvelden,

die zijn afgegraven om daar de kiezels vandaan te halen die door de rivier de

Adige uit de Alpen zijn meegevoerd. De kiezels zijn het witte goud van Verona.

Maar ook na de afgraving kan zo'n kuil geld waard zijn, veel geld. `Een groep van

ondernemers, voorgezeten door de president van de grootste bank van Verona, koopt

bijvoorbeeld voor minder dan een miljard lire (ongeveer 1,2 miljoen

gulden) zo'n afgraving om er een vuilstortplaats van te maken,' vertelt Welponer.

`Dan regelen ze administratieve vergunningen om er een stortplaats voor speciaal

afval van te maken, en in een paar maanden is de waarde gestegen naar vijftien,

twintig miljard lire.'

Wie in de weg zit, wordt opzij geduwd. De christen-democraat Graziano Tovo, lid

van de regioraad, is wegens zijn actie tegen de afgravingen in zijn been

geschoten. `Het had me bijna mijn knie gekost,' vertelt hij laconiek, zijn

broekspijp optillend om het litteken van het schampschot te laten zien. `Ik dacht

eerst dat het een grapje was. Er waren kinderen voor mijn huis aan het

voetballen, en toen ik uit de auto stapte, rende er een jongen op me af. Hij

begon te schieten en toen ben ik gevallen. Toen ik opstond, zag ik dat er bloed

was.' Hij heeft nog geprobeerd achter de jongen aan te rennen, maar die wist te

ontkomen. De aanslag is nooit opgehelderd.

Door alle smeergeldschandalen kunnen de politici in Verona die jarenlang de

dienst hebben uitgemaakt, mensen met namen als Sboarini en De Rossi, niet meer

over straat. Ze worden uitgescholden. Welponer vindt het een gezonde reactie.

`Het zijn personages waar iedereen voor knielde, die werden vereerd, die de

redders van het vaderland leken en steeds op de voorpagina's van de kranten

stonden. Nu blijkt dat ze betrokken zijn bij het mechanisme van corruptie, de

steekpenningen, dat ze schuldig zijn aan de rampen die deze stad hebben

getroffen.'

`Voor een publiek iemand is het ergste niet simpel de gevangenis ingaan,' zegt

hij, `het ergste is de macht te verliezen die hij eerst had. Vroeger benaderden

de mensen politici als Sboarini met respect. Nu hebben ze het respect verloren

en dat is voor hen het ergste.'

De reactie is hetzelfde in heel Italië. De mensen willen straf en wraak. De

gangmakers in deze strafexpeditie zijn de protestpartij Lega Nord, de

neofascistische Sociale Beweging MSI en de

anti-mafiapartij La Rete. Een Kamerlid van de Lega haalt tijdens een

rechtstreeks uitgezonden debat een strop te voorschijn. Bij andere debatten in

Kamer en Senaat worden muntjes en proppen papier naar de kamerleden van de

regeringspartijen gegooid. Op manifestaties van de Lega roepen mensen: `We zullen

niet rusten totdat Andreotti en al die andere dieven en bedriegers achter de

tralies zitten. Desnoods zetten we ze er zelf achter.' Professor ¬Gianfranco

Miglio, de ideoloog van de Lega, knikt goedkeurend en zegt: `Lynchen is een vorm

van rechtspreken in de hoogste betekenis van het woord.'

Jonge, kaalgeschoren neofascisten sluiten in het roerige voorjaar van

 1993 de ingang van het parlement af met een dichte, dreigende haag.

Ze zwepen zichzelf op door te springen zoals de ultra's in het stadion

doen. `Dieven, dieven,' scanderen ze. `Geef je over, jullie zijn omsingeld.'

Dezelfde dag loeien in Napels, in de zaal waar de gemeenteraad vergadert, de

sirenes uit een spuitbus, een stadionattribuut. Een gemeenteraadslid wordt door

twee andere tegen een balustrade gegooid. Op zoek naar projectielen rukken

sommige raadsleden microfoons los. Neofascisten hebben een plastic zak met water

meegenomen en gooien die naar hun politieke vijanden. `Jullie moeten je

schoonwassen,' roepen ze.

 

Dat jaar regent het incidenten. Naarmate er meer wordt onthuld over het smeergeld

dat de partijen hebben binnengehaald, over de banden van politici met de

mafia, groeit de woede. Zij wordt verder aangewakkerd door het

uitblijven van werkelijke veranderingen en door het tijdrekken van politici. Het

zijn niet alleen rechtse of linkse extremisten die zich roeren, niet alleen maar

heet- gebakerde jongeren. Als premier Amato een lezing houdt op de

Bocconi-universiteit in Milaan, het Harvard van Italië, onthalen keurige

studenten hem op `clown' en `dief' - Amato's naam is niet gevallen in een

smeergeldschandaal, maar hij leidt een kabinet dat wordt gesteund door de oude

partijen. Als oud-minister van Buitenlandse Zaken Gianni De Michelis, de

flamboyante De Michelis die altijd een andere jonge schone meenam

naar de disco en riep dat zijn critici zwartkijkers waren, een verklaring heeft

afgelegd tegenover de Venetiaanse rechters, wordt hij ontdekt en achtervolgd door

een boze menigte. Hij kan zich alleen nog maar in veiligheid brengen door in een

watertaxi te springen. De schaarse keren dat Craxi zich nog vertoont, wordt hij

uitgescholden en bekogeld. Een sportschool in Milaan, Studio Fiztness, hangt een

boksbal op met de beeltenis van Craxi, en mensen leven zich daar zo vaak en zo

hard op uit dat de boksbal in recordtijd moet worden vervangen. Als oud-minister

van Gezondheid Francesco De Lorenzo, de man die ook uit aids nog smeergeld wist

te slaan, aan boord wil gaan van de boot van Capri naar Napels, wordt hij door

medepassagiers letterlijk van boord gewerkt, zoals boze buspassagiers in Rome

zigeunerjongetjes eruit zetten die aan het zakkenrollen zijn. De meeste politici

nemen het zekere voor het onzekere en verdwijnen uit het zicht.

Een enkeling waarschuwt tegen snelrecht, maar de woede is algemeen voelbaar.

Marcello Mastroianni, de lieveling van miljoenen filmfans, grijpt

zijn kans als hij in Parijs een dankwoord houdt voor de Légion d'Honneur

waarmee de Franse staat hem heeft onderscheiden. `Dat ze allemaal in de boeien

worden geslagen, die dieven, die bedriegers. Herinnert u zich de middeleeuwen?

Ik zou ze allemaal in een kooi stoppen, en laten hangen in wind en regen.'

Deze primaire reacties, vooral de scènes in het parlement, roepen een gevoel op

van chaos. Maar tegelijkertijd scheppen ze duidelijkheid. De politieke

verandering is niet meer tegen te houden, daarvoor is de afkeer van de corrupte

oude garde te groot. Het oude bestel wankelt. Dat beeld wordt verscherpt na de

uitbarstingen van woede als de Kamer eind april 1193 weigert de parlementaire

onschendbaarheid van Craxi op te heffen in de belangrijkste

aanklachten tegen hem. Vergogna, schande, weerklinkt het de volgende dag

over straten en pleinen, in bars en op kantoren. De krant La Repubblica

gebruikt het woord Vergogna als openingskop, in de grootste letter die

beschikbaar is. Het hele land schreeuwt het uit, want veel mensen hangen de krant

voor het raam of plakken hem op de winkeldeur.

 

 Het justitiële onderzoek Mani Pulite en de uitstraling daarvan naar

andere gerechtshoven in Italië hebben vaart en richting gegeven aan de

volkswoede, maar de onvrede broeide al jaren onderhuids. Een belangrijke

katalysator in deze omslag onder de bevolking is president Francesco Cossiga

geweest, die in het voorjaar van 1992 werd opgevolgd door Oscar

Luigi Scalfaro. Terwijl de protestpartij Lega Nord van buitenaf het systeem

aanviel, leverde Cossiga begin jaren negentig harde kritiek van binnenuit. De

Italiaanse politiek is gedegenereerd, zei Cossiga. De grote politieke partijen

`bezetten de staat en de samenleving, op gevaarlijke, discriminerende en vaak

prepotente manieren'. Houweelslagen tegen een versteend politiek systeem, zo

noemde Cossiga zijn felle uithalen. Hij hekelde de `Brezjneviaanse stagnatie' in

Italië, en toen de Russische leider Boris Jeltsin op bezoek kwam, liet hij trots

een politieke spotprent zien waarop ze beiden met een houweel waren afgebeeld:

twee slopers van een systeem dat zichzelf had overleefd.

Cossiga's optreden veroorzaakte enorme beroering. Jarenlang had hij zich als

president op de achtergrond gehouden. Sinds zijn verkiezing in 1985

was Cossiga de stille, kleurloze notaris geweest die linten doorknipt, parades

afneemt en doet wat er verder wordt verwacht van een voornamelijk ceremoniële

president. Hij was zo gereserveerd, zo weinig spontaan, dat hij ook wel de

trieste kangoeroe werd genoemd. Maar in 1990 kwam de ommekeer,

ingeluid door het beroemd geworden zinnetje: `Ik heb last van een paar steentjes

in mijn schoen.' Met wat hij op zijn lever had zocht Cossiga de media op,

genietend van de schijnwerpers, en passant de gelegenheid aangrijpend om een

aantal persoonlijke vetes uit te vechten. In zijn uitdagende verklaringen is hij

regelmatig zijn staatsrechtelijke boekje te buiten gegaan, maar de mensen die

niet door zijn harde, rancuneuze aanvallen werden getroffen, vonden

het prachtig. Cossiga is zo een aanvoerder geworden van het protest van het volk,

een wegbereider van de Italiaanse revolutie. Hij zei dat de politieke partijen

zo verblind zijn door hun byzantijnse machtsspel dat zij de roep om verandering

vanuit de samenleving niet horen. De mafia moordt

straffeloos, het begrotingstekort is onbeheersbaar, de steden stikken

in de smog, post, telefoon en openbaar vervoer zijn op Derde-Wereldniveau, de

overheidsbureaucratie blijft een ondoorzichtig kluwen van vriendjespolitiek,

corruptie en minachting voor de burger; maar de politici blijven hun onderlinge

schaakspelletjes spelen.

`Ik weet dat ik provoceer,' zei Cossiga. `Het zou veel makkelijker zijn geweest,

veel minder pijnlijk, om te doen wat ik eerst deed: een toespraak bij een opening

en een handkus aan de dames.' Maar nu `doe ik al het mogelijke om een stilstaand

moeras in beweging te krijgen'.

De persoonlijke omslag van de president weerspiegelde de veranderde stemming

binnen de samenleving. De steun voor hem onder de bevolking nam snel toe, al

raakte hij binnen de palazzi van de macht vrijwel even snel geïsoleerd. Sommigen

weten de uitbarstingen van Cossiga aan pilletjes die hij nam om manische

depressiviteit te bestrijden, anderen verklaarden hem voor gek. `Ik ben niet

gek,' zei Cossiga, `ik speel de gek. Dat is iets anders. Ik ben de voorgewende

gek die de zaken vertelt zoals ze zijn.' Hij speelde zijn rol met al de

kwaliteiten en gebreken van zijn karakter: de koppigheid van een Sardijn, de vaak

onbesuisde en overtrokken reacties van een in wezen verlegen en gesloten man die

besloten heeft eindelijk zijn mond open te doen, en het gevoel voor theater van

een door de wol geverfde politicus.

 

In Cossiga's ontboezemingen, zoals hij ze zelf noemde, waren twee constanten. De

eerste was de constatering dat het Italiaanse stelsel volledig is vastgelopen en

op de helling moet voor een ingrijpende revisie. Dit was niet nieuw, maar het was

voor het eerst dat een van de belangrijkste exponenten van het stelsel zelf het

zo duidelijk zei. Cossiga kondigde zelfs aan dat hij na zijn presidentschap niet

zou terugkeren in de christen-democratische partij.

De tweede constante was dat er ruimte is voor politieke veranderingen omdat de

politieke tweedeling in christen-democraten en communisten na het neerhalen van

de Berlijnse Muur geen zin meer heeft. Het communistische gevaar is er niet meer,

be¬toogde Cossiga, bovendien hebben de Italiaanse communisten hun naam veranderd,

en daarmee vervalt het argument om desnoods met dichtgeknepen neus de

christen-democraten of hun coalitiepartners te blijven steunen. Juist in de

uitwerking van deze gedachte maakte Cossiga zich veel vijanden en schoot hij

door. Voor het heden verwees hij de politieke tweedeling naar de prullenbak, maar

hij verdedigde die van vroeger, toen de bestrijding van het communisme hoge

prioriteit had. Cossiga wilde niets weten van een mogelijke rol van het geheime

verzetsnetwerk Gladio in aanslagen die gericht waren tegen de communistische

oppositie. Hij verdedigde zelfs de vrijmetselaarsloge Propaganda Due, die heeft

geprobeerd een staat binnen de staat te vormen. In het verleden zijn misschien

vuile handen gemaakt, maar dat was noodzakelijk en dus toelaatbaar en daarom moet

het verleden met rust worden gelaten, was de boodschap van Cossiga.

 

Deze blinde vlekken van Cossiga hebben de impact van zijn politieke stellingname

verminderd. Critici zeiden dat hij leed aan een chronisch onvermogen om zijn mond

te houden. Cossiga maakte zoveel stampei dat een deel van zijn boodschap verloren

ging. Maar op essentiële momenten in de aanloop naar de Italiaanse revolutie

stond hij vooraan, als spreekbuis van een volk dat schreeuwde om verandering.

 Een van die noodkreten van het volk was het referendum van juni

 1991 . Het ging over een klein onderdeel van de kieswet: de

afschaffing van de meervoudige voorkeurstem. Dat lijkt een detail,

iets technisch waarvan niemand opgewonden kan raken. Maar de meervoudige

voorkeurstem is een van de belangrijkste instrumenten van de politieke partijen

geweest om stemmen te controleren. Vooral in het zuiden was het verlenen van een

gunst, een baan of een vergunning gekoppeld aan een stem. Het systeem van de

meervoudige voorkeurstem heeft politici in staat gesteld om te controleren of de

persoon in kwestie inderdaad had gestemd zoals hem was opgedragen.

Vanzelfsprekend kon maar op één  partij worden gestemd, maar binnen de lijst

konden verschillende voorkeurstemmen worden uitgebracht, soms tot vier toe. De

kiezer die iets moest `betalen' met zijn stem, kreeg de opdracht mee om een

bepaalde combinatie te stemmen, zeg nummer 3 , nummer  17 , nummer 26 en nummer 33 . Andere kiezers kregen weer andere combinaties mee. Om het niet te moeilijk te maken hoefde de kiezer geen naam in te vullen, maar een cijfer - vandaar dat op de verkiezingsposters veel kandidaten hun nummer in een groter korps lieten zetten

dan hun naam. Omdat de kieskringen niet zo groot waren, meestal niet veel meer

dan drieduizend stemgerechtigden, was het vrij eenvoudig om te kijken of de

afgesproken combinatie inderdaad was uitgebracht.

Dit systeem bood ook veel ruimte voor stemfraude. De stembiljetten met maar één

voorkeurstem konden worden gecorrigeerd door er andere cijfers bij te schrijven

of door cijfers te veranderen. Van een 4 is vaak snel

 14 gemaakt. Soms kan een 4 een 9 worden.

In stembureaus in Napels zijn mensen betrapt die daarvoor een potloodpunt hadden

verborgen onder hun nagel.

Het referendum vormde een bedreiging voor de partijen die het meest aan

cliëntelisme deden, de christen-democraten en de socialisten, maar zij hadden een

list bedacht. De uitslag van een referendum is alleen geldig als de helft van de

stemgerechtigden opkomt. In een poging het referendum ongeldig te verklaren en

in de wetenschap dat sommige kiezers het probleem te abstract vonden, riep de

socialistische leider Craxi dat iedereen die dag naar zee moest gaan - begin

juni is dat al een aantrekkelijke besteding van de zondag. De christen-democraten

hielden zich officieel op de vlakte, maar een meerderheid liet weten

te verlangen naar een dagje strand. En ook de protestpartij Lega Nord riep haar

aanhangers op weg te blijven. Ik ben bang dat de partijen het referendum

gebruikten als een schaamdoek, dat de verandering hierbij blijft, verklaarde

Lega-leider Umberto Bossi.

Het is een van de weinige keren dat Umberto Bossi de humeuren van de kiezers fout

heeft ingeschat. Ruim 62 procent kwam stemmen, en bijna

 96 procent van die kiezers stemde voor de verandering. Het was een

bijna Oosteuropees percentage, en een eerste signaal hoe groot de weerzin was

tegen het oude regime. Opvallend was dat de percentages in het noorden vrijwel

hetzelfde waren als in het zuiden. Als de kiezers in het zuiden het stemhokje in

gaan zonder zich zorgen te hoeven maken over een baan of een gunst, geeft de

politieke barometer daar hetzelfde weer aan als in het noorden.

De uitslag was duidelijk, maar de stilte na het referendum was oorverdovend. De

regeringspartijen hebben deze oorvijg van de kiezers genegeerd. Het jarenlange

comfort van gegarandeerde regeringsmacht had hen verblind: ze konden en wilden

de onvrede in de samenleving niet zien. Voor de vorm zaten ze een debat over

politieke hervormingen uit, maar verder gebeurde er helemaal niets. De roep om

verandering werd weggewuifd, en het kabinet maakte zich onder leiding van premier

Andreotti op voor verkiezingen. President Cossiga bleef fel uithalen, de

werkgevers begonnen zich te roeren, internationale instellingen waarschuwden dat

het begrotingstekort Italië dreigde te verstikken. Maar onder regie van Andreotti

werden nog snel wat uitgaven doorgedrukt, zonder te zorgen voor dekking daarvan

op de begroting.

Toen Cossiga het parlement ontbond, zei hij dat het land behoefte had aan `een

regering die regeert, een parlement dat wetgeeft, een administratief apparaat dat

werkt en rechters die rechtspreken'. De regeringspartijen hadden een andere

prioriteitenlijst. Hoewel christen-democraten en socialisten de verkiezingen

ingingen met de wetenschap dat hun aanhang dalende was, maakten zij zich vooral

druk over de vraag of Andreotti president moest worden, of Craxi premier kon

worden. `Ik zie maar één  kandidaat voor het premierschap, en dat ben ik,' zei

Craxi vol vertrouwen. Hij beloofde Italië verandering en vernieuwing zonder rare

experimenten. Het smeergeldschandaal in Milaan leek nog een kleine, plaatselijke

affaire.

 

De parlementsverkiezingen op 5 en 6 april 1992 maakten opnieuw duidelijk dat de kiezers snellere, ingrijpendere veranderingen willen. De christen-democraten zakten voor het eerst

in de geschiedenis onder de dertig procent. Voor wie horen wilde, was de

revolutie onder de kiezers begonnen. Maar de christen-democraten en de

socialisten hadden nog niet in de gaten dat hun uur geslagen had. Zij likten hun

wonden, riepen wat over de noodzaak van verandering, maar deden verder geen

enkele inspanning om gehoor te geven aan de roep om ¬vernieuwing. President

Cossiga legde een nieuwe bom neer, zijn laatste, door vervroegd af te treden,

drie maanden voordat zijn termijn afliep. `Ik vrees dat de politiek

van knipoogjes, uitnodigingen voor het diner, halve beloftes en halve

verantwoordelijkheden, vage akkoorden, nog steeds prevaleert boven de duidelijke

politieke keuzes op basis van concrete programma's,' zei hij in een emotionele

afscheidsrede.

De partijen begonnen dan ook op de oude vertrouwde manier aan de verkiezing van

een nieuwe president: vele rondes van zinloze stemmingen, byzantijns gekonkel

achter de schermen, de voordracht van kandidaten die niet serieus waren bedoeld

maar alleen het water moesten testen. De aanslag op mafiabestrijder

Giovanni Falcone bracht de partijen bij hun positieven en twee dagen later had

Italië een nieuwe president, Oscar Luigi Scalfaro.

Mani Pulite begon pas een rol te spelen in de kabinetsformatie die volgde

op de verkiezingen van Scalfaro. De socialistische leider Bettino Craxi

manoeuvreerde zich in een goede startpositie, maar moest afhaken toen zijn naam

viel in de smeergeldaffaire. Er kwam een kabinet onder leiding van

de socialist Giuliano Amato, een halve breuk met de `oude' politiek. Maar

intussen was het onderzoek in Milaan op stoom gekomen. Andere steden volgden, en

steeds duidelijker werd dat Italië was begonnen aan een onomkeerbaar proces van

politieke verandering. Vier maanden na de parlementsverkiezingen was het

politieke panorama radicaal veranderd.

In een aantal tussentijdse lokale verkiezingen grepen de kiezers hun kans om dat

te laten zien. Omdat lang niet overal werd gestemd, waren dat lokale

speldeprikken tegen de oude machthebbers. Het eerste vonnis op nationaal niveau

kwam bij de referenda op 15 april 1993 . De kiezers kregen daarbij acht verschillende vragen voorgelegd, maar één  vraag domineerde alle andere: moet er een andere kieswet komen voor de Senaat? Net als het referendum van twee jaar daarvoor was de algemene vraag hierachter: moeten er politieke veranderingen komen?

Die nieuwe kieswet moest het breekijzer vormen op het oude politieke bestel.

Italië heeft na de Tweede Wereldoorlog bewust gekozen voor een stelsel van

evenredige vertegenwoordiging, zoals in Nederland. De opstellers van de grondwet

wilden voorkomen dat één  partij kon overheersen, zoals onder het fascisme.

Paradoxaal genoeg is dat precies wat na de oorlog is gebeurd, met de dominerende

rol van de christen-democraten, maar dat heeft meer met de toenmalige angst voor

het communisme te maken dan met de kieswet. Door de evenredige vertegenwoordiging

is de macht van de christen-democraten nog enigszins getemperd.

Het voorstel in het referendum was het stelsel van evenredige vertegenwoordiging

te vervangen door een meerderheidsstelsel. Het land wordt opgedeeld in

districten, en per district gaat de zetel naar de kandidaat met de meeste stemmen

- Groot-Brittannië heeft hetzelfde systeem. Driekwart van de zetels wordt

volgens dit systeem verdeeld. Om kleine partijen niet helemaal weg te drukken

wordt een kwart van de zetels verdeeld volgens het stelsel van evenredige

vertegenwoordiging.

In de intense campagne rondom het referendum was er nauwelijks ruimte voor een

inhoudelijke discussie over de voors en tegens van de verschillende stelsels. De

nieuwe kieswet werd zo sterk vereenzelvigd met politieke vernieuwing dat niemand

daar meer tegen kon zijn. De voorstanders beloofden vergroting van de

bestuurbaarheid en een directer contact tussen kiezer en gekozene, waardoor deze

zich onafhankelijker van zijn partij kon opstellen. Door het oude lijstensysteem

in het systeem van evenredige vertegenwoordiging konden kandidaten die minder

geliefd waren bij de kiezer, toch nog het parlement worden binnengeloodst. In het

meerderheidsstelsel moet de kandidaat direct naar de gunst van de kiezer dingen.

Corrupte politici zullen dan worden weggestemd, zo wil de theorie. Maar het

belangrijkste effect van het meerderheidsstelsel is volgens de

voormalige christen-democraat Mario Segni, de motor achter de campagne voor het

referendum, dat het een systeem van elkaar afwisselende allianties in de hand

werkt, waardoor eindelijk een einde komt aan de oude machtsmonopolies.

Bijna geen van de partijen durfde tegen te zijn en zijn aanhangers naar het

strand te sturen. In een plebisciet zei 82 procent van de kiezers

ja tegen een nieuwe kieswet voor de Senaat, een uitslag die ook werd vertaald

naar de wet voor de Kamer van Afgevaardigden. Op 4 augustus

 1993, een paar dagen voor het zomerreces, keurde het parlement de

nieuwe kieswetten voor de Senaat en voor de Kamer goed. Hiermee was de weg vrij

voor vervroegde verkiezingen en voor de grote schoonmaak door de kiezers zelf.

De woede onder de kiezers was zo groot, dat zelfs het traditionele Italiaanse

mededogen erdoor werd verdrongen. `Het zal wel erg zijn, die zelfmoorden,' zei

een Romeinse vrouw na de zelfmoorden van de ondernemers Raul Gardini en Gabriele

Cagliari, `maar die mensen hebben ook vreselijke dingen gedaan.' Toen het

artiestenechtpaar Dario Fo en Franca Rama een paar weken daarna een

handtekeningencampagne begon voor maatregelen tegen verdachte politici

(intrekking van hun paspoort, opschorting van hun salaris en onmiddellijke

schorsing als parlementariër, uit frustratie over het feit dat de meeste politici

anderhalf jaar na het begin van Mani Pulite nog vrij rondliepen), regende

het adhesiebetuigingen.

 

Op zijn bankje in het park van Verona, terwijl de fonteinen ruisen op de

achtergrond, zegt Welponer dat er wat hem betreft geen enkele vorm van pardon kan

zijn, geen enkele vorm van gratie. Jarenlang is er gestolen, en daar komt nu de

rekening voor. Maar waarom nu pas?

`Het heeft zo lang geduurd omdat de groep politici en ondernemers die onze stad

heeft gedomineerd, de consensus heeft gekocht van de mensen,' zegt hij. `Dat

deden ze met overheidsgeld, bijvoorbeeld door mensen aan te nemen in de openbare

bedrijven. De politieke personages, de bestuurders van deze stad, schreven daar

de aanbevelingen voor, en zo kregen ze het vertrouwen van de mensen. Mede

geholpen door een publiciteitscampagne, want ook de pers was op hun hand, hebben

deze personages zich gepresenteerd als de redders van het vaderland. Er is een

werkelijke consensus geweest, en die is nu doorbroken.'

 

 

 

Ga terug naar startpagina van De Italiaanse revolutie of lees het volgende hoofdstuk

 

 

Deze website is gemaakt door Marc Leijendekker
teksten © 2007 en 1994-1996