home ē discussie ē recensies ē lezingen ē  links ē de Italiaanse revolutie    
nrc.nl ē prometheus

Dit boek is verschenen in 1996. Veel eruit is nog steeds van kracht,
maar zie 'Het land van de krul' voor een recenter beeld van ItaliŽ.

 

5 Di Pietro, laat ons dromen

 

De onbetwiste held van het nieuwe ItaliŽ is Antonio Di Pietro, de man die als plaatsvervangend procureur in Milaan, een soort officier van justitie, de corruptie heeft blootgelegd. Als iemand de Italiaanse revolutie symboliseert, is hij het: een self-made man van boerenafkomst, behoedzaam en vasthoudend, ongevoelig voor reputaties en grote namen. Een vol gezicht, kalend hoofd, een ontspannen, open lach - Šls hij lacht, want vaak staat zijn gezicht op ernst. Di Pietro kan wasmachines repareren, een muur metselen, oude auto's restaureren en een zool onder een schoen zetten. Hij kan ook, met een mengeling van bluf, pressie en vertrouwelijkheid, mensen aan het praten krijgen over zaken die ze jarenlang hebben verzwegen. Als ondervrager heeft hij verdachten op hun gemak gesteld, maar hun tegelijkertijd laten zien dat er geen uitweg is. Zo heeft hij als eerste het masker van het regime weggetrokken.

Di Pietro heeft het eerste schot gelost in de revolutie en is de hoofdverantwoordelijke voor het justitiŽle spervuur daarna. Hij is begonnen met een kleine zaak, hield vol, en toen het onderzoek zich uitbreidde groeide het leger van rechters dat met hem mee optrok. Di Pietro bleef vooroplopen, om als een tweede Garibaldi de aanzet te geven tot de bevrijding van ItaliŽ van een corrupt en met de mafia heulend regime. In de Italiaanse revolutie vormde de onvrede onder de bevolking het kruitvat dat door Di Pietro is aangestoken met de lont van zijn corruptie-onderzoek. De revolutie is door de magistratuur in gang gezet, niet door het volk - al volgde dat snel, gelukkig met zijn nieuwe aanvoerders, gelukkig met mensen die lieten zien dat niet heel het land verrot was. Alles is begonnen in Milaan, ook het nieuwe en succesvolle offensief tegen de mafia op SiciliŽ. Alles is begonnen met Di Pietro.

 

`Di Pietro laat ons dromen' wordt in Milaan op de muren gekalkt als het onderzoek Mani Pulite op gang begint te komen. En als de Milanese justitie voorzichtig, met engelengeduld en taaie vasthoudendheid, steeds verder het netwerk van corruptie ontrafelt, als de justitie elders in ItaliŽ het voorbeeld van Milaan gaat volgen, verschijnt overal in het land Grazie Di Pietro of `Heer, geef ons een Di Pietro' op de muren, op de viaducten over de snelweg, op de golfplaten schuttingen. Een krant wijdt zijn bijlage aan `De heilige Antonio, de rechter van het fameuze wonder van Milaan'.

Di Pietro is onbetwist de populairste en meest bewonderde man van ItaliŽ. In een land dat de ontmaskering meemaakt van de helden van de jaren tachtig, wordt zijn populariteit nog vergroot doordat hij in veel opzichten een antiheld is. Di Pietro schuwt de tv-camera's. Schudt nee als hem toch een microfoon onder de neus wordt gestoken. Gaat op vakantie in zijn geboorteplaats Montenero di Bisaccia, een dorpje in de zuidelijke regio Molise waar hij voor iedereen Tonino is. Belt iedere dag zijn moeder, 's ochtends zodra hij op het werk is, 's avonds in de auto terug naar huis. Di Pietro is een discrete man zonder grote woorden, een verademing in een land waar de meeste grootsprekers zijn ontmaskerd als bedriegers. Ik ben geen held, zegt hij, maar iemand die probeert op een eerlijke manier zijn plicht te doen. `Ik ben een kleine dagloner van de justitie die onverwachts en ten onrechte in de krant is gekomen, niet wegens mijn verdiensten, maar alleen omdat het lijkt alsof ik door mijn plicht te doen iets meer heb gedaan.' In een land van furbi, een woord dat slimmerik betekent met een ondertoon dat dat ten koste gaat van anderen, blijft Di Pietro zich door en door correct gedragen, ook als zijn macht en aanzien stijgen.

Zijn foto op de voorpagina van een tijdschrift stimuleert de verkoop. Een boek over hem, compleet met foto's van zijn grootvader, wordt gepubliceerd in een serie biografieŽn van hele en halve heiligen, zoals Titus Brandsma en moeder Teresa. W Di Pietro kalken Italianen op de muren, viva Di Pietro roepen ze op de schaarse momenten dat hij in het publiek verschijnt. T-shirts met zijn naam of zijn portret erop vliegen weg. Discotheken wijden thema-avonden aan hem. In Milaan heeft een groepje basketbalspelers dat met een zomerteam het land doorreist, zichzelf de Di Pietro Fans-club genoemd. De aanvoerder van het team woont dicht bij de San Vittore-gevangenis en heeft diepe bewondering opgevat voor de procureur die hij op de meest onmogelijke uren de gevangenis in ziet gaan om een verdachte te ondervragen.

 Di Pietro heeft niets cadeau gekregen. Zijn levensverhaal laat zien hoe snel ItaliŽ is veranderd, en ook hoe sterk veel Italianen nog wortelen in la campagna, het platteland. Op de boerderij thuis in de Molise, een regio die wel de armoede maar niet de mafia van het zuiden kent, moest hij al snel meehelpen: eerst kreeg hij de zorg voor de kippen, daarna voor de schapen, weer later voor de koeien en varkens. Toch werd zijn familie tot de betere kringen gerekend, omdat de Di Pietro's iedere dag schoenen aan hadden en niet alleen als ze 's zondags naar de kerk gingen, en omdat de beesten niet in dezelfde ruimte sliepen als de mensen. Toen heb ik hard leren werken, heeft Di Pietro verteld. Je sliep als het werk daar tijd voor liet, en anders maar wat minder.

Bemiddeling van de plaatselijke priester bracht hem, elf jaar oud, op het seminarie in Termoli, een kustplaats dertig kilometer van huis. De zee zagen ze niet vaak, de seminaristen, want het strand was volgens de paters een broeinest van zonde. Op de wandeling door de stad, onder geleide, werd de straat met de bioscoop vermeden, en om even alleen naar buiten te kunnen moest je het pingpongballetje hard uit het raam slaan, over de muur heen, en dan vragen of je het mocht gaan zoeken. Di Pietro wilde er niet blijven, en hoewel hij naar het lyceum kon koos hij voor de middelbare technische school, om zijn ouders zo kort mogelijk tot last te zijn.

Hij haalde zijn diploma elektrotechniek en kon alsnog naar de universiteit. Maar Di Pietro koos, weer wegens het geld, voor `de universiteit van het leven en van de straat'. Na veertien maanden militaire dienst, waarin hij zijn grote jeugdliefde verloor omdat die koos voor iemand met betere toekomstperspectieven, vertrok hij als gastarbeider naar Duitsland. Hij kreeg ruzie met zijn collega's omdat hij te hard werkte (het was stukloon), en nam er toen maar een tweede baan bij, acht uur per dag op een houtzagerij.

Na zeven maanden was hij terug in ItaliŽ, met een kapotte rug en zijn handen vol blaren, maar met genoeg geld om aan zijn toekomst te gaan werken. Zijn werklust kende geen grenzen. Hij kreeg een technische baan bij de luchtmacht, trouwde een meisje uit zijn dorp, nam een halve baan erbij toen zijn zoon werd geboren, en begon ook nog eens aan een studie rechten. Ondanks die anderhalve baan erbij studeerde hij precies volgens schema af, in 1979 - maar zijn huwelijk heeft het harde werken niet overleefd.

 

Met zijn bul wedde Di Pietro op twee paarden tegelijk: de politie en de justitie. De politie zei het eerst ja, en Di Pietro kwam terecht op een bureau in een Milanese wijk die zwaar te lijden had onder de drugshandel. Deze ervaring heeft hem getekend en later als procureur snelheid en daadkracht gegeven. Sommige verdachten in de Schone handen-affaire hebben gezegd dat Di Pietro steeds een beetje politieagent is gebleven en duidelijk actief wilde meedoen met het opsporen van misdrijven.

 

In 1981 kon Di Pietro zijn jeugddroom verwezenlijken: hij werd rechter in Bergamo. Als klein kind had hij al tegen zijn moeder gezegd dat zijn missie bij de wet lag. Het was een ongebruikelijke droom voor een boerenzoon. Volgens Di Pietro zelf is het allemaal begonnen met het verhaal van Regina (koningin), een glanzend-zwarte merrie die de trots was van zijn grootvader Giovannino. Begin jaren twintig werd het paard, toen drachtig, gestolen. Dat was het begin van een zeven jaar durende poging van Giovannino om zijn recht te halen. Na een lange speurtocht ontdekte hij Regina en het inmiddels geboren veulen bij een groep zigeuners, maar de dieren bleven in handen van de politie. Na een proces waarin Giovannino er, omdat hij de enige was die in het zadel kon blijven, in slaagde te bewijzen dat Regina van hem was, stelde de rechter hem in het gelijk, maar hij had zijn dieren nog niet terug. Pas na jaren van onderzoek, petities en gevechten met de zigeuners die zijn paard hadden gestolen (er zijn dan inmiddels vijf veulens bij gekomen) kreeg Giovannino vijf paarden terug en een schadeloosstelling voor twee veulens. Het verhaal is een familielegende geworden, een parabel over een schijnbaar zinloze strijd voor recht. De kleine Di Pietro kon er geen genoeg van krijgen.

In het door en door katholieke Bergamo, waar de zonden verborgen blijven in het biechthokje en de krant alleen positief nieuws brengt, was de 31 -jarige Di Pietro een vreemde eend in de bijt. Zijn collega's fronsten hun wenkbrauwen over de gedrevenheid van deze voormalige gastarbeider. De notabelen van de stad hadden weinig op met deze nieuwe rechter, die liever 's avonds nog een dossier ging doornemen dan zich te laten onthalen op een sjiek diner waarop meteen wat zaken werden gladgestreken. Di Pietro irriteerde en er begon een campagne tegen hem. In 1987 werd hij op eigen verzoek overgeplaatst naar Milaan. Zijn laatste daad in Bergamo was de arrestatie van zijn secretaris, lid van de financiŽle recherche, die werd betrapt bij het aannemen van een kleine som smeergeld.

Als procureur in Milaan heeft hij snel naam gemaakt. De nieuwkomer kreeg een schijnbaar hopeloze zaak toegespeeld: een carabiniere had ontdekt dat bij een aantal ernstige auto-ongelukken mensen waren betrokken die hun rijbewijs in Milaan hadden gehaald hoewel ze ergens anders woonden. Di Pietro's collega's beschouwden het als een zaak zonder kop of staart. Maar Di Pietro ging systematisch op zoek, en ontdekte dat in zes jaar tijd meer dan zeventigduizend rijbewijzen waren gekocht, tegen een vergoeding voor de rijscholen en voor de examinatoren. Hierdoor zaten er tienduizenden mensen op de weg, ook chauffeurs van bussen en vrachtwagens, die eigenlijk niet goed konden rijden.

Dit onderzoek is een generale repetitie geweest voor Mani Pulite. Di Pietro gebruikte de computer om de enorme hoeveelheid informatie te ordenen, om uit te zoeken wie van buiten Milaan in Milaan zijn rijbewijs had gehaald, bij welke rijscholen, met welke examinatoren. Nu lijkt het vanzelfsprekend, maar Di Pietro was een van de eersten binnen de Italiaanse justitie die systematisch de mogelijkheden van de computer benutten. Bovendien zorgde hij ervoor steeds beslagen ten ijs te komen. Eerst ondervroeg hij mensen die hun rijbewijs hadden gekocht. Wie niet wilde praten, kreeg een foto van een bloedig verkeersongeluk onder zijn neus. Pas daarna riep hij de rijschoolhouders bij zich, met zoveel belastend materiaal dat ontkennen geen zin meer had. Ook verdachten in de smeergeldzaken hebben gezegd dat de rechters precies wisten waarnaar ze moesten vragen.

 

Als procureur in het Mani Pulite-onderzoek is Di Pietro een levende legende geworden, wegens zijn gebruik van computers, wegens de precisie waarmee hij zijn plan trok, wegens de mengeling van menselijkheid en vasthoudendheid waarmee hij verdachten benaderde. Als een verdachte bij hem werd gebracht voor ondervraging en Di Pietro merkte dat die nog niet had gegeten, liet hij eerst wat te eten komen. Toen Enzo Papi, topmanager van Fiats bouwbedrijf Cogefar, na een paar maanden cel liet weten dat hij wilde praten, had Di Pietro geen tijd, maar hij ontsloeg Papi meteen uit de gevangenis. `Uw woord is mij genoeg. Komt u over een week maar terug.'

Di Pietro probeerde ook te voorkomen dat verdachten werden gefotografeerd met handboeien om - ťťn keer ging dat mis, bij een naaste medewerker van Arnaldo Forlani, de voormalige leider van de christen-democratische partij, en meteen viel heel de politiek over hem heen. Een groep gevangenen uit Turijn, boos over deze ophef, schreef dat hun zoiets iedere dag overkomt.

Maar Di Pietro was geen makkelijke ondervrager. `Uit iedere ondervraging moet hij een bekentenis halen. Dat noemt hij een akte van overgave,' vertelde de advocaat Luca Mucci, verdediger van een aantal verdachten in de smeergeldzaak en een voormalig collega van Di Pietro toen hij nog bij de magistratuur werkte. Veel verdachten hield Di Pietro een papier voor waarop hij drie vakjes had getekend. `Het eerste is voor degene die niets weet, die niets heeft gezien, die niets te onthullen heeft. Het tweede is voor degene die zich als de grootste corrumpeerder ter wereld beschouwt. Het derde is voor degene die de druk op zijn geweten wil verlichten en wil meewerken. In welk vakje plaatst u zich?' Het was een appel aan het morele besef van verdachten, een belangrijk element in de ondervragingstactiek van Di Pietro. Hij probeerde de verdachten te laten inzien dat ze fout waren geweest.

Legendarisch is de eerste ondervraging van de projectontwikkelaar Salvatore Ligresti, een van de rijkste mannen van ItaliŽ. Ligresti weigerde antwoord te geven en zei, met de arrogantie die met zijn rijkdom is gekomen: `U laat me vijftig miljard lire (toen ongeveer 75 miljoen gulden) per dag verliezen, dat is twee miljard per uur.' Waarop Di Pietro hem zijn horloge gaf met de woorden: `Hier, dan kunt u de verliezen in de gaten houden.'

Ook advocaten van verdachten beschreven hun tegenspeler als iemand die eerlijk is en volslagen onafhankelijk. Di Pietro was slim en vasthoudend, maar hij volgde rechte lijnen. Net als Giovanni Falcone, de man die de mafiapeetvaders aan het praten kreeg en daarom werd vermoord, liet hij verdachten in hun waarde, maar hij maakte tegelijkertijd duidelijk wie de baas was. Daarmee heeft hij van tientallen verdachten het vertrouwen weten te winnen, als een tegenstander die met open vizier strijdt. Toen Giuseppe Garofano, de kroongetuige in de Enimont-affaire, werd gearresteerd in Zwitserland en onderhandelde over zijn uitlevering naar ItaliŽ, wilde hij alleen worden ondervraagd door Di Pietro. Andere verdachten stelden dezelfde voorwaarde. Tekenend voor de zorgvuldigheid van Di Pietro is dat hij in het beroep dat tegen zijn beslissingen is aangetekend, vrijwel nooit in het ongelijk is gesteld.           

Dat wil niet zeggen dat Di Pietro nooit heeft gebluft. Toen een ondernemer zei dat de beschuldigingen niet juist waren, liet hij een enorme stapel dossiers komen. Op ťťn na gingen ze allemaal ergens anders over, maar de ondernemer begon te praten. Toen Di Pietro Roberto Mongini ondervroeg, de vice-president van de Milanese vliegvelden, nam hij een stapel dossiers mee die het bewijs moesten vormen van zijn uitspraak dat hij Mongini al drie jaar in de gaten hield. Het was niet waar, maar werkte wel.

 Ondanks zijn enorme werklust merkte Di Pietro al snel dat het onderzoek Schone handen te groot en te belangrijk werd om er alleen verder aan te werken. Op zijn verzoek werd een pool van rechters geschapen, net als de befaamde anti-mafiapool met Giovanni Falcone in de jaren tachtig in Palermo. Zo kon het werk beter worden verdeeld en gecoŲrdineerd. Bovendien was voor iedereen duidelijk dat het onderzoek niet te stoppen zou zijn door een rechter onschadelijk te maken.

Het bleek een uitstekend team. De harde kern bestond, buiten Di Pietro, uit vier man. Gherardo Colombo is de magistraat die ook onderzoek heeft gedaan naar de zwarte fondsen bij de staatsholding IRI en naar Licio Gelli, de leider van de verboden vrijmetselaarsloge Propaganda Due - beide zaken zijn overigens in de doofpot terechtgekomen. Piercamillo Davigo is de man met de beste juridische pen van de groep en daarom degene die de aanklachten tegen Bettino Craxi heeft geschreven. Met Di Pietro werkten zij onder verantwoordelijkheid van Gerardo d'Ambrosio, die al een paar jaar rondloopt met een nieuw hart, en Francesco Saverio Borrelli, als hoofdprocureur de leider van de groep en de man die als schild fungeerde bij iedere aanval op de rechters.

De Italianen hebben deze rechters in hun hart gesloten. Tot in de kleinste details wordt hun doen en laten besproken: waar ze wonen, waar ze lunchen, wat ze doen op zondagmiddag, en ook - in een modebewust land als ItaliŽ onvermijdelijk - hoe ze zich kleden. Dat laatste is een groot probleem. De redders van het vaderland, de rechters die met hun onderzoek in de corruptie-affaires een massale grote schoonmaak in gang hebben gezet, zien er volgens velen niet uit. Het dagblad l'Unitŗ beklaagde zich er op de voorpagina over dat de krullebol Colombo, de intellectueel van de groep, er met zijn tot op de draad versleten spijkerbroeken, zijn poloshirts en zijn gekreukelde blazers uitziet `als een terrorist'. Ook Di Pietro kwam er niet best af. `De klerenkast van Di Pietro is ťťn grote verschrikking,' schreef La Stampa. Heel fout zijn de korte sokken die hij draagt en die een stuk been bloot laten - waarschijnlijk vermijdt hij de in ItaliŽ vereiste kniekousen omdat hij tijdens verhoren graag wat aan zijn kuit mag krabben. De knoop in zijn das is veel te groot. Zijn regenjas sleept hij overal mee naar toe, terwijl die in de vuilnisbak zou moeten. En zijn jasjes zijn confectie uit het rek, met - toppunt van platheid - drie knopen. De kleren van Davigo en D'Ambrosio werden aangemerkt als karakterloos. De enige die door de beugel kon, was Borrelli, een gentleman-aristocraat van de oude stempel die iedereen charmeert met zijn hoffelijkheid. Hij kleedt zich klassiek en betrekt zijn maatpakken zichtbaar van een goede kleermaker.

Binnen deze veelbesproken groep bleef Di Pietro het belangrijkste doelwit. Colombo kon rustig buiten gaan lunchen met zijn nieuwe vriendin en in het weekend naar het familiehuis in Brianza gaan, maar Di Pietro heeft zijn vrijheid moeten opgeven voor het onderzoek. Zelfs eten in de simpele mensa van de carabinieri, zoals hij vroeger deed, was te gevaarlijk geworden. Dag en nacht waren er vier mensen in zijn buurt om over zijn veiligheid te wa- ken. Ook zijn vrouw en twee kinderen werden voortdurend beschermd - zijn zoon uit zijn eerste huwelijk is ook bij de politie gegaan en draaide af en toe mee in de escortes van zijn vader. Toen in de zomer van 1993 bommen ontploften in Milaan, Rome en Florence, werd ook de bewaking rondom de andere rechters verscherpt. De spanning steeg; het risico van een aanslag werd groter.

Verbaal is de groep rechters rondom Di Pietro zwaar onder vuur genomen. Zij kregen van alles naar hun hoofd. Het waren samenzweerders. Kannibalen. Jakhalzen. Chanteurs. Moralisten. Ze zouden hun boekje te buiten zijn gegaan en hebben geprobeerd een politieke rol te krijgen, in een poging zichzelf en hun collega's boven de politiek te stellen. Hun tegenstanders vonden dat rechters ondergeschikt moeten zijn aan de politiek; het principe van een scheiding van machten is niet sterk geworteld bij Italiaanse politici. In het Milanese Paleis van Justitie zouden de eerste stappen naar een nieuw totalitair systeem zijn gezet.

Met name de socialisten, die als eersten betrokken raakten in de smeergeldzaak, hebben het Milanese parket op alle mogelijke manieren dwarsgezeten. In augustus 1992 probeerde Bettino Craxi, toen nog partijleider, Di Pietro te intimideren met een langzaam aanzwellende reeks insinuaties, verdachtmakingen en schijnonthullingen in het partijblad Avanti! Tegenstanders van Craxi zeiden dat de mafia op precies dezelfde manier probeert tegenstanders zwart te maken. Partijgenoot Rino Formica antwoordde dat Craxi poker in handen heeft. De spanning liep even hoog op, maar Craxi moest zijn hand laten zien en toen spatte de zaak als een zeepbel uit elkaar.

Vaak is geprobeerd Di Pietro onderuit te halen. Hij ontving eens een brief waarin hij in de raad van bestuur van een verdachte kliniek werd benoemd, kennelijk in de hoop dat hij geen tijd had om meteen te reageren, zodat hij vervolgens verdacht had kunnen worden gemaakt. Italiaanse journalisten kregen valse verhalen aangeboden over akkoordjes die Di Pietro zou hebben gesloten met verdachten. Onderdelen van zijn geheime dossier bij de justitie deden de ronde. Oude kennissen werd geld aangeboden om iets slechts over hem te zeggen. Een Milanees gemeenteraadslid vertelde dat een niet nader genoemde onderneming in Milaan privť-detectives in dienst had genomen om te proberen vuile plekken te vinden in het verleden van Di Pietro. Diens reactie was laconiek. `Wat wilt u dat ze over mij ontdekken? Dat ik vrouwen heb gehad? Akkoord, ik geef het toe, ik beken.'

 Een van de felste aanvallen op de rechters kwam na de zelfmoord van Gabriele Cagliari, ex-president van de staatsholding ENI, in juli 1993 . In zijn cel in de Milanese San Vittore-gevangenis stak Cagliari zijn hoofd in een plastic zak en bond deze met een schoenveter dicht. In zijn nagelaten brieven deed hij een felle aanval op de Milanese rechters. `De magistraten beschouwen de gevangenis als niet meer dan een stuk gereedschap, een instrument voor psychologische marteling,' schreef Cagliari aan zijn vrouw Bruna. `Ze behandelen ons als non-personen, als honden die terug de kennel in worden gejaagd. Ze slaan de weg in die onherroepelijk leidt naar een autoritaire staat.'

De Milanese justitie is vaker verweten verdachten onnodig lang in voorarrest te hebben gehouden om hen aan het praten te krijgen. Twee weken voor de dood van Cagliari zei president Scalfaro dat preventieve hechtenis de uitzondering zou moeten zijn, en niet de regel.

`Ik heb maanden over deze woorden nagedacht,' zo begon Scalfaro zijn toespraak, die daardoor nog meer gewicht kreeg. De justitie was volgens hem soms lichtvaardig snel met haar avviso di garanzia, de formele kennisgeving dat iemand wordt verdacht. `Soms kan een avviso di garanzia mensen doden,' zei Scalfaro, in een verwijzing naar eerdere zelfmoorden. Overigens verplicht de wet de justitie zo'n avviso uit te vaardigen. Dat is bedoeld om verdachten te beschermen tegen heimelijke onderzoeken door de justitie. In de praktijk van het smeergeldonderzoek heeft dit voorschrift er vaak toe geleid dat mensen in de publieke opinie schuldig werden bevonden zodra ze een avviso kregen.

De rede van Scalfaro en de brief van Cagliari werden aangegrepen voor een nieuw offensief tegen de Milanese rechters. De Romeinse orde van advocaten sprak van een inquisitie. Craxi noemde Cagliari `een nieuw slachtoffer van het gewelddadig gebruik van de bevoegdheden van de justitie'. De vice-president van de liberale partij, Raffaele Morelli, zei: `Dit is gebruik van voorarrest als een martelinstrument.' Wat de meeste politici niet wisten was dat Cagliari is vastgehouden omdat zijn naam is gevallen in een nieuw hoofdstuk in het corruptie-onderzoek, de affaire Enimont, die binnen twee weken na de dood van Cagliari het grootste schandaal binnen het schandaal werd.

Maar de discussie over het voorarrest was heropend. Tot een wetswijziging in 1995, mede wegens alle kritiek, stond de Italiaanse wet voorarrest toe in drie gevallen: als het gevaar van herhaling van het misdrijf dreigde, als de verdachte dreigde te vluchten, en als de vernietiging van belangrijk bewijsmateriaal dreigde. Volgens hoofdprocureur Borrelli heeft de Milanese justitie zich steeds aan de wet gehouden - bij een aantal onderzoeken is aan het licht gekomen dat op grote schaal belastende documenten zijn verbrand, en de pers meldde een duidelijke stijging in de verkoop van papiervernietigers.

Dat regelmatig voorarrest als pressiemiddel is gebruikt, valt niet te ontkennen. Verdachten die gingen praten, waren al na een paar dagen weer op vrije voeten, terwijl andere maandenlang vastzaten. Het vooruitzicht dat zij nog een paar weken in de cel moesten blijven, maakte verdachten spraakzamer. Met afschuw hebben politici verhalen verteld over smerige cellen die ze soms moesten delen met aids-lijders - iets wat overigens duizenden niet-politici overkomt zonder dat daarover beroering is ontstaan. Het verweer van Di Pietro was dat hij niet besliste waar verdachten gevangen werden gezet. Maar duidelijk is dat lang niet alle arrestanten, van wie de meesten gewend waren aan een auto met chauffeur en een paar aardige secretaresses, waren opgewassen tegen de gevangenis, ook al werd in de Milanese San Vittore-gevangenis al snel een speciale vleugel ingericht voor corrupte gevangenen. Als zij dan bij Di Pietro werden geroepen en voor de keus stonden, praten met als beloning huisarrest of terug naar de cel, was de keuze snel gemaakt.

Ook medestanders van de Milanese justitie hebben erkend dat af en toe het voorarrest is gebruikt als een pressiemiddel, om een bekentenis los te krijgen. Maar de rechters hebben zoveel krediet opgebouwd dat het hun is vergeven dat zij de beschikbare wettelijke mogelijkheden wat hebben opgerekt. Waarschijnlijk zou het onderzoek nooit zover zijn gekomen als de rechters niet alle wapens die hun ter beschikking staan, hadden gebruikt en aangescherpt. Ze moesten door een enorme muur van onwil en arrogantie heen. Bij een opiniepeiling van het weekblad L'Espresso in de zomer van 1993 zei 58 procent van de ondervraagden ervan overtuigd te zijn dat het voorarrest ook is gebruikt om verdachten onder druk te zetten, maar een vrijwel even groot aantal ondervraagden was het eens met dit gebruik van voorarrest.

De dood van Cagliari heeft opnieuw de aandacht gevestigd op het verzoek van de Milanese justitie om maatregelen die de processen kunnen versnellen, waaronder strafvermindering voor verdachten die een volledige bekentenis afleggen. Het is een delicaat thema, rechters die zich actief bemoeien met wetgeving. Colombo was de eerste, eind 1992 . Hij deed een niet helemaal uitgewerkt voorstel om een soort amnestie te verlenen aan mensen die samenwerken met de justitie. Als voorwaarden noemde hij terugbetaling van het smeergeld en een verbod om gedurende een bepaalde tijd openbare functies te bekleden. Zo kon volgens Colombo worden voorkomen dat processen wegens de smeergeldschandalen nog jaren zouden voortgaan.

Een paar weken later volgde Di Pietro, eigenlijk per vergissing. Hij hield een toespraak tot een groep carabinieri in Bergamo en had niet in de gaten dat er een journalist bij zat. `Vanmorgen hebben vijftien mensen zich op mijn kantoor gemeld om te komen bekennen,' zei Di Pietro. `Zo gaat het niet meer. We moeten een oplossing vinden.' De rechters dreigen volgens hem om te komen in de dossiers. `De politici moeten de oplossing vinden,' ging Di Pietro verder. `Ik voer geen oorlog tegen het systeem, ik vervolg specifieke feiten. Er zijn weinig oneerlijken en veel domme meelopers die ermee akkoord zijn gegaan. Maar zoals de zaken nu liggen, můet er een oplossing komen.' Hij verwierp Colombo's voorstel voor een amnestie en zeidat de oplossing meer moest worden gezocht in politieke hervormingen die tot een vernieuwing van de politieke klasse zouden leiden.

De politieke vertaling van deze noodkreten uit Milaan kwam snel, volgens de lijn van Colombo. Veel parlementsleden van de regeringspartijen hadden immers alle belang bij een vorm van amnestie. Na de langste kabinetsvergadering sinds mensenheugenis, alles bij elkaar tweeŽneenhalve dag, kwam premier Amato in maart 1993 met een decreet om de verdachten van corruptie te scheiden van de mensen die werden beschuldigd van overtreding van de wet op de financiering van politieke partijen. De laatsten zouden geen gevangenisstraf meer krijgen, maar een forse geldboete en een verbod om openbare functies te vervullen (parlementsleden zouden hun zetel niet hoeven opgeven).

Er barstte een orkaan van kritiek los die ieder uur krachtiger werd. Veel mensen zagen het decreet als een zelfabsolutie door corrupte politici. De overtreding van de wet op de financiering van politieke partijen, die het verbiedt om in het geheim geld aan te nemen, is het centrale misdrijf in het hele corruptieonderzoek, het wapen waarmee de meeste verdachten zijn gepakt. De angst bestond dat het decreet een luik zou worden waardoor alle corrupte politici konden ontsnappen door aan te voeren dat het ontvangen smeergeld niet naar henzelf was gegaan, maar bedoeld was voor de partij. Borrelli verklaarde het kabinet de oorlog. Hij riep de pers bij zich om te verklaren dat de Milanese justitie het wetsvoorstel onaanvaardbaar vonden. Hij waarschuwde dat het smeergeldonderzoek zou worden verlamd en zei dat het kabinet precies het tegenovergestelde voorstelde van wat de Milanese justitie voor ogen stond. Borrelli ging zelfs zover dat hij dreigt het decreet aan te vechten voor het Constitutionele Hof als het niet werd ingetrokken. Binnen een paar uur gaf president Scalfaro toe aan de volkswoede en liet hij weten dat hij het decreet niet zou ondertekenen - het kabinet moest er maar een wetsvoorstel van maken en proberen dat aanvaard te krijgen.

Voor alle duidelijkheid kwam de Milanese justitie met een gespecificeerd verlanglijstje: geen amnestie, wel een premie, strafvermindering, voor wie meewerkt door te gaan praten of door schuld te bekennen. Op deze manier zou moeten worden verhinderd dat de justitie omkwam in de dossiers. `Met de bekentenissen van iedere arrestant openen we tien andere onderzoeken,' heeft officier van justitie Colombo gezegd. Bovendien is het in strijd met ieders rechtsgevoel dat verdachten in afwachting van hun proces maandenlang op vrije voeten blijven.

Door hun morele gezag zijn de magistraten een politieke factor geworden, of ze dat willen of niet. De oude en altijd hoffelijke gentleman Borrelli, afkomstig uit een bijna aristocratische familie van magistraten, heeft dat keer op keer bestreden. Hij heeft de rechters vergeleken met chirurgen. `Wij amputeren en desinfecteren. Maar daar houdt het op, meer mogen we niet doen,' zei hij. Iedere keer als het volk om wraak riep, en dat gebeurde vaak, gaf hij ongeruste interviews dat de rechter er niet waren om in te gaan op die wraakgevoelens, maar om te zorgen dat het recht zijn loop heeft.

Desondanks hebben de Milanese magistraten bij herhaling al hun gewicht in de schaal geworpen om te verhinderen dat het onderzoek in gevaar kwam. De Milanese rechters kwamen met een felle verklaring toen Craxi voorstelde een parlementaire onderzoekscommissie in te stellen, waardoor het werk van de justitie zou worden vertraagd. Toen het parlement weigerde de parlementaire onschendbaarheid van Craxi voor de belangrijkste aanklachten tegen hem op te heffen, dreigde Borrelli de zaak aanhangig te maken bij het Constitutionele Hof. En in december 1992 reageerde `Milaan' even fel op voorstellen voor politieke controle op het openbaar ministerie. De politici zouden ons meteen intomen, was de reactie van Borrelli. In ItaliŽ is het openbaar ministerie officieel volledig onafhankelijk en hoeven de procureurs geen verantwoording af te leggen aan de minister van Justitie; daarentegen hebben zij formeel geen ruimte voor een eigen vervolgingsbeleid en zijn ze verplicht alle misdrijven te vervolgen.

De opstelling van het parket in Milaan is een hoofdrol gaan spelen in de debatten over een oplossing. Voor de publieke opinie zijn zij bij uitstek mensen die boven de partijen staan, zonder verborgen agenda en buiten het politieke machtsspel. Later, na de val van het oude bestel, zijn de twijfels en bedenkingen gekomen. Maar in de eerste twee jaren van de Italiaanse revolutie waren de magistraten de mensen met het meeste gezag.

 Die enorme populariteit van de magistratuur stond in schril contrast met de storm van kritiek die zij nog maar een paar jaar geleden over zich heen had gekregen. Toen was het imago van de justitie bijzonder slecht. Rechters werden gezien als verdedigers van de gevestigde macht, medeplichtigen in een systeem dat het vertrouwen van de bevolking had verloren. In december 1991 zei Di Pietro nog: `De mensen zien ons als een gek geworden kaste zonder verantwoordelijkheidsgevoel, geÔdeologiseerd en partijdig, en we kunnen maar ťťn ding doen: werken.'

Na de smeergeldzaken kon in heel het land de justitie zich koesteren in haar nieuwe heldenrol. Vaak stonden er mensen te applaudisseren bij de paleizen van justitie; bij de wit-marmeren monumentale gebouwen in fascistische stijl in Palermo en Milaan, twee paleizen van justitie die met hun strakke vierkante zuilen vrijwel een kopie van elkaar zijn - in Palermo is alleen nog meer bewaking; en bij het groezelige, rommelige, afbladderende voormalige paleis van Castelcapuano, dat in Napels dienst doet als paleis van justitie.

 

Toen het in het midden van de twaalfde eeuw werd gebouwd, zal het een mooi paleis zijn geweest, maar nu is de binnenplaats een spiegel van de rest van de stad: ook hier zijn lang geen schoonmakers geweest. De rechters die de strijd hebben aangebonden met de Napolitaanse corruptie, huizen op de derde etage. Een oude stalen lift, met notehout aan de binnenkant, gaat krakend naar boven. Voor de liftdeur op de derde verdieping zit een grote kogelvrije plaat van plexiglas. De deur gaat pas open als je bent bekeken en ondervraagd door een bewaker. Op de gang staan geblutste metalen archiefkasten waarvoor op de kamers geen plaats meer was. Een paar kolossale houten kasten symboliseren de oude glorie, en een openhangende stoppenkast met losse draden de problemen van nu. Een aantrekkelijke onderofficier van justitie loopt tikkend voorbij in een mini-mantelpak, zeulend met een enorme stapel dossiers.

`Wij werken in een simpele omgeving,' zegt Luigi Gay, een van de procureurs die het netwerk van corruptie, camorra en politiek aan het ontrafelen zijn. `Napels is een stad vol problemen, ook voor ons.' Overal in zijn kamer, op zijn bureau, op de stoelen, opgestapeld in de kasten, liggen grote stapels dossiers. De persoonlijke noot in zijn kamer, die hij deelt met een collega, bestaat uit een badge van Scotland Yard en een ingelijste poster van de Scuola Militare Nunziatella Napoli, waar hij school heeft gegaan. Buiten, door het open raam, is de eeuwig wapperende was zichtbaar.

Uitgebreid legt Gay uit waarom nu pas de onderzoeken naar corruptie, naar de banden tussen politiek en georganiseerde misdaad, op gang zijn gekomen. De corruptie is niet iets van de laatste jaren, maar vroeger werden de rechters tegengewerkt door de politiek, en bovendien hadden ze de publieke opinie tegen. `Vandaag worden de rechters toegejuicht, maar nog maar twee, drie jaar geleden lagen we in het stof, geminacht door iedereen,' zegt Gay.

Jarenlang heeft er weinig vertrouwen bestaan in het justitiŽle systeem en in de rechters zelf. De justitie werd, samen met de gezondheidszorg, beschouwd als een van de terreinen waarop de Italiaanse overheid diep heeft gefaald. Je recht halen in ItaliŽ duurde en duurt vaak zo lang dat velen er niet aan beginnen. Een gemiddelde zaak, met hoger beroep en appŤl, duurt zeven tot tien jaar. Een groot aantal rechters werkt niet te hard en maakt zijn 45 vakantiedagen allemaal op. Wie wel de mouwen opstroopt, moet opboksen tegen een gebrek aan personeel, ruimte en goede databanken. Bovendien is voor de burger het geheel van wetten, decreten en verordeningen vaak volslagen ondoorzichtig - in 1989 doorbrak het Constitutionele Hof zelfs het heilige principe dat iedereen geacht wordt de wet te kennen. In ItaliŽ kan dat niet altijd.

Bovendien is het land in de tweede helft van de jaren zeventig en de eerste helft van de jaren tachtig, een periode van links en rechts terrorisme, opgeschrikt door een reeks arrestaties die vaak een volledig willekeurig karakter hadden. Amnesty International heeft bij herhaling geprotesteerd tegen de arrestatie van mensen zonder dat er duidelijke verdenkingen tegen hen waren, of tegen het maandenlang gevangenhouden van verdachten in afwachting van een proces. Symbool voor de slachtoffers van de justitie is Enzo Tortora, een populaire tv-presentator die in 1983 ten onrechte werd gearresteerd op verdenking van drugshandel en banden met de camorra, de Napolitaanse versie van de mafia. Meer dan een jaar heeft Tortora zonder proces vastgezeten, tot hij als kandidaat van de Radicale Partij werd gekozen in het Europese parlement en zijn parlementaire onschendbaarheid hem buiten bereik van de justitie bracht.

De arrestatie van Tortora, gebaseerd op informatie van een Napolitaanse mafioso die is gaan samenwerken met de politie, is nog steeds een open wond in Napels. `Ons is toen verweten dat we kritiekloos luisterden naar de verklaringen van de pentiti (spijtoptanten), dat we die onvoldoende controleerden,' zegt Gay. `Misschien is dat indertijd ook wel gebeurd en zijn we het slachtoffer geworden van een valstrik. Maar deze affaire leidde tot een radicale aanval op de rechters, in heel ItaliŽ.'

Aanvoerder van het protest was de socialistische partij, die haar verzet tegen de justitie bij de parlementsverkiezingen in 1987 in SiciliŽ beloond zag met een duidelijke stemmenwinst. Samen met de Radicale Partij waren de socialisten de gangmakers achter het referendum van 1987 dat het mogelijk maakte rechters en officieren van justitie civielrechtelijk aansprakelijk te stellen voor fouten tijdens het proces.

In de praktijk is het nauwelijks tot civielrechtelijke zaken tegen rechters gekomen, maar Gay vertelt dat het referendum voor de magistratuur een dieptepunt was. `Dat was een vorm van extreem wantrouwen. In geen enkel ander land bestaat zoiets, dat een rechter civielrechtelijk aansprakelijk kan worden gesteld voor fouten in zijn vonnis. Voor ons was dat een hele emotionele zaak, dat massale wantrouwen. Als iemand nu zegt, waarom hebben jullie niet eerder wat gedaan, dan heeft dat zeker een rol gespeeld.'

Daarbij kwam de wetenschap dat bepaalde personen vrijwel onaantastbaar waren, bepaalde onderwerpen offlimits. Dat was al zo vůůr het referendum, het werd nog meer zo daarna. `Een belangrijke factor was ook het geringe enthousiasme dat je kon hebben, in de wetenschap dat als je aan bepaalde kringen kwam, zeker die van de politici, je als rechter vroeg of laat een civiele zaak tegen je zou krijgen,' zegt Gay.

Er zijn voorbeelden te over van onderzoeken naar corruptie, naar zwarte fondsen bij staatsbedrijven, naar de illegale financiering van politieke partijen. Al in de jaren zeventig was een groep rechters in Genua daarmee bezig. Begin jaren tachtig volgde een geruchtmakend proces in Turijn. Tientallen onderzoeken zijn er begonnen naar de banden tussen politiek en mafia, tussen vrijmetselaars en geheime diensten. Maar in de meeste gevallen is daar weinig van terechtgekomen, omdat de verdachten machtiger waren dan de rechters.

Michele Del Gaudio is een van deze magistraten. Hij zit nu bij Gay in Napels, maar in 1983 was hij procureur in Savona. Hij deed een onderzoek naar smeergeldschandalen in zijn omgeving. Meteen kwamen de telefoontjes, vertelt Del Gaudio nu in interviews. Een vriend die adviseerde niet te hard van stapel te lopen, een collega die vond dat onderzoeken in verkiezingstijd niet horen, superieuren die zeiden dat er nog genoeg andere zaken waren. Er kwamen rare overlijdensberichten per post, en voor zijn huis vond Del Gaudio een konijneoor, een niet mis te verstane waarschuwing. Zijn onderzoek is in deze tegencampagne gesmoord.

Wilde een rechter in Savona of Napels niet opgeven, dan was er altijd nog de justitie in Rome. Deze heeft honderden zaken naar zich toe getrokken met als argument dat het justitiŽle onderzoek partijen en staatsbedrijven betrof die in Rome hun zetel hadden en dus door de Romeinse justitie moest worden uitgevoerd. Het resultaat was steevast dat het onderzoek verzandde, dat de dossiers bleven liggen. Rome heeft zo de bijnaam `de haven van de mist' gekregen. Wat als een duidelijke zaak naar Rome ging, kwam op een doodlopend spoor terecht, werd officieel geseponeerd of gewoon diep in een la weggestopt. Toen begin jaren negentig een nieuwe procureur aantrad in Rome, Vittorio Mele, ontdekte hij dat er zeven verschillende onderzoeken naar corruptie bij de Anas, een soort rijkswaterstaat, in een kast lagen te vergelen.

Een van de meest prominente rechters uit die periode is Ferdinando Imposimato, die later parlementslid is geworden voor de ex-communistische Democratische Partij van Links. `Wanneer er in het verleden onderzoeken werden geopend zoals nu dat naar Enimont, bijvoorbeeld de zaken van de bankiers Roberto Calvi en Michele Sindona, slaagden ze erin het zoeken naar de waarheid te blokkeren en het onderzoek te laten verzanden, middels hun vertrouwensmensen op sleutelposten in het staatsapparaat, bij de geheime diensten, bij de politie, bij de magistratuur,' zegt Imposimato in een terugblik op de jaren tachtig. Als hij zijn werk een decennium later was begonnen, had hij zijn broer nog gehad. Die is in 1983 vermoord, als een waarschuwing aan de rechter om niet al te voortvarend op te treden.

Gay herinnert aan een andere geruchtmakende zaak, die van rechter Carlo Palermo. Ook Palermo, begin jaren tachtig rechter in Trento, was een Di Pietro avant-la-lettre, maar zonder diens succes. Hij liet huiszoeking doen in de woning en de kantoren van de Italiaans-Zwitserse financier Ferdinando Mach Di Palmstein, verdacht van bemiddeling bij wapensmokkel en van corruptie met buitenlandse hulp. Daarbij gaf hij opdracht om ook te letten op documenten over Craxi en andere prominente socialisten. Craxi, die toen premier was, mobiliseerde iedereen die hij kon mobiliseren, en dat was te veel voor Palermo. Er kwam een disciplinair onderzoek tegen hem en hij liet zich overplaatsen naar SiciliŽ. Maar ook daar vormde hij een gevaar voor de gevestigde orde. In april 1985 ontsnapte hij aan de dood bij een aanslag met een autobom, hetzelfde wapen dat ook tegen de mafiabestrijder Borsellino is gebruikt. De bom ging op tijd af, maar een andere auto ving de klap op. De drie inzittenden daarvan, een vrouw en twee kinderen, werden gedood. Gedesillusioneerd heeft Palermo de rechterlijke macht verlaten om de politiek in te gaan, voor de anti-mafiapartij La Rete.

De affaire-Palermo is een van de schrijnende voorbeelden van de manier waarop politieke partijen hun invloed op de Opperste Raad voor de Magistratuur, de CSM, hebben misbruikt. De dertig leden hiervan moeten officieel de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht ten opzichte van de politiek belichamen, maar zijn in de praktijk vaak een speelbal geweest van de politieke partijen. Dat geldt zeker voor de tien leden die direct door het parlement worden benoemd, maar ook voor de twintig vertegenwoordigers die de rechters zelf kiezen, want ook de rechterlijke macht is jarenlang zwaar gepolitiseerd geweest. Daarom kon binnen de christen-democratische partij ruzie worden gemaakt over de vraag wie de nieuwe procureur in Rome werd, ook al valt de beslissing hiervoor formeel toe aan de CSM.

De CSM is het belangrijkste controlemiddel van de politiek op de rechterlijke macht geweest. De raad is verantwoordelijk voor het benoemings- en promotiebeleid van rechters. Met hun grote invloed op leden van de raad hebben de regeringspartijen sleutelbenoemingen gestuurd en lastige rechters tegengewerkt. Toen in 1989 een nieuwe chef van de pool van anti-mafiarechters in Palermo moest worden benoemd, was Giovanni Falcone daarvoor de meest aangewezen kandidaat. Maar de CSM , ingefluisterd door de politiek, gaf de voorkeur aan een rechter met iets hogere senioriteit maar zonder noemenswaardige ervaring in de strijd tegen de mafia.

Sommige rechters zijn gekocht door de politieke partijen, de een met het vooruitzicht op een promotie of een aanstelling op een rustige plaats, de ander met de belofte van een opdracht als `onpartijdig deskundige' bij de controle op de uitvoering van openbare werken, simpel werk met een vaak zeer lucratieve honorering. De politieke partijen zijn nooit te beroerd geweest om de rechterlijke macht voor hun karretje te spannen. Toen de Italiaanse centrale bank in 1979 een onderzoek instelde naar de merkwaardige transacties van de Banco Ambrosiano van Calvi, liet de Romeinse rechter Antonio Alibrandi de vice-directeur van de bank arresteren en trok hij het paspoort in van de gouverneur - naar hij later moest toegeven, zonder dat daarvoor een juridische reden was. Drie jaar later stortte de bank in, in het grootste bankschandaal in ItaliŽ sinds de oorlog.

Al worden de rechters nu gevierd als bevrijders en voelen degenen die smeergeldschandalen willen onderzoeken zich niet meer geÔsoleerd, er zijn niet alleen maar helden binnen de magistratuur. Een deel daarvan is op zijn minst medeplichtig geweest. Nu de rotte plekken worden blootgelegd in de samenleving, worden de rechters niet gespaard. In een variant op het woord Tangentopoli, dat smeergeldstad betekent, wordt al gesproken over Magistratopoli. De operatie Schone Handen mondt uit in de operatie Schone Toga's.

Zo blijkt dat sommige rechters zich hebben laten helpen door de georganiseerde misdaad. Een van hen is Giuseppe Recupero, uit Messina. Deze rechter had een diepe haat ontwikkeld tegen een hoogleraar genetica aan de plaatselijke universiteit, omdat die het had gewaagd een van zijn familieleden te laten zakken voor zijn examen, een paar keer nog wel. De beledigde rechter vroeg de mafia om de man een waarschuwing te geven, wat prompt gebeurde: de hoogleraar kreeg een paar schoten in zijn been. De rechter heeft de rekening voldaan met een aantal clemente vonnissen. Ook in Napels en omgeving blijken rechters op de loonlijst van de camorra te hebben gestaan.

De lijst met schandalen die aan het licht komen, groeit snel. Ontdekt wordt dat rechters in Rome discreet hebben laten weten dat een verdachte in ruil voor een paar honderdduizend gulden kon rekenen op een clemente behandeling. Een prominente anti-mafiarechter, Domenico Signorino, heeft volgens mafioso Gaspare Mutolo, die is gaan samenwerken met de justitie, contact onderhouden met de mafia en haar een aantal gunsten bewezen - Signorino pleegt in december 1992 zelfmoord. In het hele land worden de banden onderzocht tussen rechters en vrijmetselaarsloges. In Milaan begint de groep van Di Pietro ook een onderzoek naar een collega die ervan wordt verdacht bewijzen te hebben vernietigd in de omvangrijke Enimont-affaire, en omdat de verdenkingen juist blijken te zijn moet de zaak al snel worden overgedragen aan de justitie in Brescia - de procura van Milaan mag niet zichzelf onderzoeken. De verdachte is Diego CurtÚ, vice-president van het Tribunaal van Milaan en vooral betrokken bij civielrechtelijke zaken die het bedrijfsleven aangaan. In 1991 had hij bijna een halve ton aangenomen als dank voor zijn soepele opstelling in de juridische afwikkeling van de Enimont-affaire, het grootste corruptieschandaal. Het geld was op een rekening in Lugano gestort. Maar in de loop van het smeergeldonderzoek wordt CurtÚ bang dat zijn collega's ook bij hem uitkomen en dat hij zijn centen niet meer terugziet. Hij laat zijn vrouw het geld ophalen. Bij zijn arrestatie beweert hij dat zijn vrouw het geld in een zak heeft gedaan en bij het vuil heeft gegooid. Zijn ondervragers moeten even lachen: ze hebben veel uitvluchten gehoord, maar deze is wel erg naÔef. Een paar maanden later wordt ontdekt dat het geld onder een andere naam op een Zwitserse bankrekening staat.

 Na anderhalf jaar Schone Handen concludeert Giancarlo Caselli, de procureur van Palermo, dat het onderzoek in Milaan ook voor de magistratuur een keerpunt is. `Er bestaat geen twijfel aan dat er in de loop der jaren bij deze of gene magistraat beperkingen zijn geweest, gebrek aan moed, onafhankelijkheid en professionaliteit,' zegt Caselli. `Er zijn zevenduizend magistraten, en daartussen kan je zeker gebreken en onvolkomenheden vinden. Heel wat. Maar er is ook een andere kant, en dat is de geschiedenis van de magistratuur van vůůr februari 1992 . Iedere keer dat hij met zijn onderzoek daar terechtkwam waar sterke belangen zijn geworteld (....) kreeg de magistraat vijandschap en aanvallen te verduren.'

Door de opkomst van protestpartijen en door het smeergeldschandaal is dit radicaal veranderd. De politiek is niet meer bij machte om aan te vallen. En het publiek geeft de rechters, die zo kort geleden nog werden verguisd, een open doekje. Want het wil gerechtigheid. Gerechtigheid en wraak.

 

 

 

Ga terug naar startpagina van De Italiaanse revolutie of lees het volgende hoofdstuk

 

 

Deze website is gemaakt door Marc Leijendekker
teksten © 2007 en 1994-1996