home ē discussie ē recensies ē lezingen ē  links ē de Italiaanse revolutie    
nrc.nl ē prometheus

Dit boek is verschenen in 1996. Veel eruit is nog steeds van kracht,
maar zie 'Het land van de krul' voor een recenter beeld van ItaliŽ.

 

4 De barbaren uit het noorden

 

Jarenlang is de politieke verandering in ItaliŽ afgemeten aan het cijfer achter de komma. De verhoudingen lagen in grote lijnen vast, de rollen waren verdeeld. Maar zonder dat iemand het in de gaten had is begin jaren tachtig in de Vooralpen bij Varese, een provinciehoofdstad in de buurt van het Lago Maggiore, vlak bij Zwitserland, een verschuiving begonnen die is uitgegroeid tot een politieke lawine.

Aanvankelijk leek het folklore. Een groepje zonderlingen dat zich Lega Autonomista Lombarda noemde, riep wat over bescherming van het eigen dialect en zei de regio Lombardije te willen bevrijden van het juk van Rome. De naam werd veranderd in Lega Lombarda en in 1987 stuurde Varese een senator en een kamerlid hiervan naar Rome, Umberto Bossi en Francesco Speroni. Twee man, op een totaal van bijna duizend parlementariŽrs. De media zagen hen nauwelijks staan. Hun roep om autonomie, om meer zelfstandigheid, werd niet serieus genomen. Het leken twee charlatans in de politiek.

Maar in het noorden luisterden mensen wel, steeds meer. De kritiek van de Lega op het slecht functioneren van de staat was hun uit het hart gegrepen. Vanaf de Zwitserse grens verspreidde de beweging zich over de rest van Lombardije. Bij de regionale en lokale verkiezingen in mei 1990 kwam de eerste klap. De Lega Lombarda kreeg zomaar negentien procent van de stemmen in de eigen regio, Lombardije. Het was een politieke aardverschuiving. Het bestaande politieke evenwicht gold niet meer.

De lawine rolde door, groter geworden door het samengaan in 1991 van een aantal regionale partijen uit het noorden in de Lega Nord. De strijd tegen het oude regime werd het centrale programmapunt. Bij de parlementsverkiezingen in april 1992 behaalde de Lega in Lombardije 23 procent van de stemmen. Landelijk gezien zat zij op bijna negen procent. Daarna brak het smeer- geldschandaal de weerstand van de oude partijen en was de lawine niet meer te stuiten. De Lega Nord veroverde Milaan en andere steden in het noorden en werd in Noord-ItaliŽ onbedreigd de grootste partij. De Italiaanse politiek werd volledig door elkaar geschud.

 De man die deze aardverschuiving op zijn conto mag schrijven is Umberto Bossi, meer dan tien jaar het enfant terrible van de Italiaanse politiek. Een politicus in een morsige regenjas die er met zijn bos krullen en zijn metalen brilletje nog steeds uitziet als een eigenwijze student, ook al is hij de vijftig gepasseerd. Een gesjeesde student medicijnen die heeft gewerkt als gitarist, liedjesschrijver, fabrieksarbeider, bijlesleraar, vertegenwoordiger in kleding, antenne-installateur, sjouwer op de markt en elektronisch assistent in de operatiekamer, voordat hij als veertiger in de politiek terechtkwam. Een instinctieve volksmenner die er lustig op los scheldt, inspeelt op de primitiefste instincten en roept dat de Romeinse politici de Lombardijnen `bij de kloten' hebben. Tegenstanders houdt hij voor dat een kogel maar een paar centen kost. Zijn onofficiŽle slogan, bekend bij iedereen, is: La Lega ce l'ha duro - een uiterst macho manier om te zeggen dat de Lega klaar is voor de aanval en zich niet meer laat tegenhouden. Een politicus die lange tijd heeft rondgereden in een oude CitroŽn die steeds kapotging, een vaak gebruikt excuus van de eeuwig te late Bossi. Iemand die vaak zijn das losgeknoopt heeft, in een simpel confectiejasje loopt en korte sokken draagt zodat je een stuk bloot been ziet als hij gaat zitten - bijna een doodzonde in ItaliŽ.

Geen Italiaanse partij is zo met ťťn man te vereenzelvigen als de Lega Nord met Umberto Bossi. Vanaf het begin zit hij overal bovenop. Hij verzint slogans als `Betaal en zwijg, ezel van een Lombardijn' en Roma ladrona - in Rome zijn het allemaal dieven. Hij bedenkt de tekening waarop een Napolitaans moeke de gouden eieren opvangt die de kip van het rijke noorden legt. Hij trekt er 's nachts op uit om affiches te plakken, gaat de bars af om pamfletten uit te delen, en - zo wil de partijmythologie - slaapt op een bankje in het park om geld voor een hotelkamer uit te sparen. Bossi heeft altijd iets behouden van een politieke straatvechter. Met nette methoden win je de strijd niet. `Als een professor de Lega had geleid, dan had zij nooit bestaan,' zegt Bossi.

Hij is bij toeval in de politiek terechtgekomen. In 1979 , bijna 38 jaar oud, probeerde hij in Pavia de medische studie af te maken waaraan hij bijna tien jaar daarvoor was begonnen. Op een dag raakte hij op straat in gesprek met een man die zich voorstelde als Bruno Salvadori, leider van een kleine autonomiepartij in Valle d'Aosta, waar veel Frans wordt gesproken. Ze bleken allebei graag te discussiŽren, stapten een bar in en wisselden na afloop telefoonnummers uit. Een paar maanden later ging Bossi voor Salvadori verkiezingsaffiches plakken, in een poging ook in zijn woonplaats Varese kiezers te bekeren tot het idee van regionale autonomie. Bossi begon erover te lezen en werd medewerker van een obscuur krantje.

Een jaar later overleed Salvadori bij een auto-ongeluk. Bossi bleef zitten met de schulden die hij namens hem had gemaakt. In totaal stond hij in het krijt voor twintig miljoen lire, omgerekend in guldens van nu tegen de negentigduizend gulden. Bossi ging als een gek aan het werk om de schulden af te betalen. Mede daardoor liep zijn huwelijk op de klippen. Dit was een van de moeilijkste tijden in zijn leven en hij begon zich af te vragen of hij niet een volslagen mislukkeling was: grote schulden, twaalf ambachten en dertien ongelukken, een studie medicijnen die maar niet afkwam.

Maar Salvadori had iets bij hem losgemaakt. Tussen de baantjes en karweitjes door bleef Bossi broeden op het idee van regionale autonomie. Zijn studieboeken kwamen onder het stof. Hij verzamelde een groepje gelijkgestemden om zich heen, mensen die voornamelijk geÔnteresseerd waren in dialecten, en richtte op 12 april 1984 de Lega Autonomista Lombarda op.

De naam is een echo van de Lombardische stedenbond die in de twaalfde eeuw in verzet kwam tegen keizer Frederik I, een vorst uit het geslacht der Hohenstaufen die probeerde zijn gezag over ItaliŽ te herstellen. Barbarossa, zo noemden de Italianen de roodharige buitenlander. In zijn veldtocht tegen het noorden verwoestte Frederik het opstandige Milaan en zette hij overal eigen stadhouders neer. Woedend sloten steden in Piemonte, de Veneto en Emilia zich bij de opstand van de Lombardische steden aan. In 1176 leed Frederik bij het stadje Legnano, tussen Milaan en Varese, een zware nederlaag tegen de troepen van de bond, die onder leiding stonden van de avonturier Alberto Da Giussano. Legnano is nu een sfeerloos industriestadje in de periferie van Milaan, maar nog steeds staat daar een groot standbeeld van Giussano, met het zwaard omhoog. Bossi is het gaan fotograferen en heeft er het symbool van de Lega van gemaakt. De leiders van de Lega dragen een knopje met de ridder en zijn getrokken zwaard in hun knoopsgat. En de Lega-aanhang verschijnt vaak op partijbijeenkomsten in een semi-middeleeuwse wapenrusting, als een teken dat de geschiedenis zich herhaalt.

De Lega Autonomista Lombarda is niet de enige beweging voor regionale autonomie, en niet de eerste. Dergelijke partijen zijn al jaren actief in SardiniŽ, Trentino-Alto Adige, Valle d'Aosta en Friuli-Venezia Giulia, regio's die na de Tweede Wereldoorlog een aparte status hebben gekregen in de grondwet. In 1980 , vier jaar voor het ontstaan van de Lega Lombarda, was een autonomistische beweging opgekomen in de Veneto, een overwegend katholieke regio in het noordoosten die tot dan toe weinig aanspraken had gemaakt op een speciale behandeling. De Liga Veneta, zo noemde ze zich, en in 1983 haalt zij 4,2 procent van de stemmen in de eigen regio, goed voor een kamerlid en een senator. Het accent van de Liga Veneta lag in die jaren zwaar op het eigen dialect en op de afkeer van buitenlanders, waartoe ook mensen uit Zuid-ItaliŽ werden gerekend. Iedere keer als de voetbalclub Napoli op bezoek kwam bij Verona, toen nog in de Serie A, was het vechten geblazen, hoewel de supporters van Napoli de meest sportieve en minst gewelddadige van ItaliŽ zijn. Op viaducten over de autostrada verschenen slogans als Forza Etna - hup Etna, bedelf SiciliŽ maar onder de lava.

In een aantal opzichten heeft de Liga Veneta de weg bereid voor de Lega Lombarda: in het begin hebben Bossi en de zijnen geld gekregen uit de Veneto. Maar de wortels van de Lega Nord als protestpartij liggen in Lombardije, vooral in het industriŽle gebied ten noordoosten van Milaan.

 

In Varese is de lawine begonnen, met nachtenlange discussies, gehouden in het eenkamerappartement van Bossi's nieuwe partner Manuela, een Siciliaanse - heel af en toe voert Bossi haar op om te bewijzen dat hij niets tegen mensen uit het zuiden heeft. In Varese krijgt de Lega haar eerste gemeenteraadslid, in 1985 . Tot in 1991 heeft Bossi in een rommelig straatje daar gewoond, met vrouw en twee kinderen in een tweekamerwoning waarvan de keuken tevens huiskamer was. Nu is hij verhuisd naar een opgeknapte boerenwoning in de buurt - die heeft minder dan drie ton gekost, voegt Bossi daar vaak eigener beweging aan toe.

In Varese heerst de ontspannen rust en orde van veel geld. Scholieren rekenen in een zelfbedieningsrestaurant dertig gulden af voor hun lunch. De straten zijn schoon, er zijn parkeermeters en de politie deelt bonnen uit. De winkels liggen vol dure kleren en de mensen zien eruit alsof ze die kunnen betalen. De tuinstad, zo wordt Varese wel genoemd, wegens het vele groen. Het centrum van de stad staat vol villa's die daar vroeger als een buitenverblijf zijn neergezet door Milanese adel en rijke industriŽlen. Het gemeentehuis is een oud paleis, met prachtige zalen vol schilderijen en fresco's, met verguldsel op de muren en een bewerkt plafond, met zware gordijnen en met stof beklede wanden. Erachter ligt een park waar iemand het kortgeknipte gras staat schoon te vegen.

Een deftige dame loopt wat verveeld de etalages langs. Ook een stemmer op de Lega? `Jawel. De politici in Rome moeten tot de orde worden geroepen.' Het noorden pikt het niet meer, de post die niet komt, de telefoon die kraakt of niet werkt, de ziekenhuizen waar mensen in de gang liggen, de slechte scholen, alles van een niveau dat niet past bij de vijfde economische macht ter wereld. Lombardije is een van de rijkste gebieden van Europa, maar de voorzieningen zijn van een bedroevende kwaliteit. `Wij moeten zelf onze zaakjes kunnen regelen, los van Rome,' zegt een goed-geklede vrouw met blosjes op de wangen. Op de staatsschool van haar kinderen is een inzameling onder de ouders gehouden: in de ene klas moesten de ouders ieder 75 gulden bijdragen om een kopieerapparaat te kunnen kopen, in de andere vijftien gulden voor wc-papier. Haar vriendin valt haar bij. `Ik werk in Zwitserland. En alsjeblieft, laat de Italianen nooit zo'n saai volk worden als de Zwitsers. Maar als ik daar een brief op de post doe, weet ik dat hij aankomt. En snel. Ik ben voor de Lega omdat ik wil dat ItaliŽ ook zo functioneert.'

Ze zijn verontwaardigd, deze mensen. Het contrast is zo groot, zo schrijnend. Vaak rijden ze met hun Lancia Thema of hun Alfa 164 naar Zwitserland. Als er een sigarettenstaking is bij de Italiaanse tabakverkopers. Om wat zwart geld weg te brengen. Of zomaar, voor een dagtochtje. Ze kunnen zich luxe vakanties in viersterrenhotels permitteren. Ze gaan weekeindjes naar Parijs of Berlijn, of naar Amsterdam als daar een mooie tentoonstelling is te zien. Ze doen zaken over heel Europa. Ze leven on top of the world. En dan is er op de school van hun kinderen geen geld voor wc-papier? Ze merken hoe buitenlandse gesprekspartners voorzichtig informeren hoe het met de mafia zit. En ze worden steeds bozer.

Onder ondernemers in het noorden is het protest verder aangezwengeld door de Europese eenwording. Nu de grenzen opengaan, worden arbeidsomstandigheden en infrastructuur nader met elkaar vergeleken, en dan blijkt ItaliŽ ver achter te liggen. Een lage-lonenland is het allang niet meer. In de jaren tachtig zijn de arbeidskosten sneller gestegen dan in andere EG-landen. De harde kern van de Lega bestaat uit kleine ondernemers en winkeliers die hun hele leven keihard hebben gewerkt en met weerzin kijken naar de privileges van anderen, naar het cliŽntelisme in de politiek, de macht van de vakbonden en het netwerk van connecties dat de grote bedrijven ondersteunt. Het is de piccola borghesia, mensen die het beu zijn nog langer hun belastingcenten op de grote hoop te gooien die vervolgens van alle kanten wordt geplunderd. Voor deze groep zijn de baten van een lakse overheid, die een oogje dichtknijpt als het gaat om belastinginning of milieuvoorschriften, overstegen door de lasten van een inefficiŽnte overheid, die pas na jaren de te veel betaalde btw teruggeeft, die geen bruggen bouwt of parkeergarages aanlegt, en die zich bedient van een bureaucratie die de burger als een vijand behandelt.

Bossi geeft stem aan deze smeulende woede. Hij zegt hardop wat mensen uit het noorden onder elkaar zeggen, en doet dat recht voor zijn raap, op een manier die meer appelleert aan het gevoel dan aan het verstand. Het morrende leger van ontevredenen heeft in hem een aanvoerder gevonden. Zelfs een lieflijk stadje als Varese schudt de lijdzaamheid van zich af en komt in opstand.

 Een van de soldaten in het leger van opstandelingen is Fabrizia Finotto. Ze is 24 jaar, klein met krulletjes, en zingt in het parochiekoor uit een dorpje in de buurt. Fabrizia is met haar koor naar de Sacromonte van Varese gekomen, de heilige berg met de Zwarte Madonna die hoog boven het stadje uittorent. Niemand kan overigens vertellen waarom de madonna zwart is. Het is een mysterie van het geloof. Omdat de Zwarte Madonna een bekend bedevaartsoord is, heeft het koor er een pelgrimstocht van gemaakt. De meeste leden zijn komen lopen, twintig kilometer, de laatste vijf bergop. Fabrizia is daarvoor te praktisch. Ze heeft haar auto geparkeerd bij het stadion beneden en stapt mee in de bus die over het smalle weggetje naar boven rijdt - sinds de Lega in Varese aan de macht is, is de bus 's zondags het enige toegelaten vervoer naar boven. Het is een enorme vooruitgang vergeleken met de stinkende file die anders langzaam de berg opkroop. In de propvolle, schuddende bus begint Fabrizia enthousiast haar credo in de Lega op te zeggen. Haar pastoor had tegen het koor gezegd dat je beter niet op de Lega kon stemmen. `Hij vergist zich,' zegt Fabrizia. `Als je hier als jongere een toekomst wilt opbouwen, moet je juist wel op Bossi stemmen. Anders blijft alles hetzelfde.' Een sociologisch onderzoek bevestigt haar kritiek op de pastoor: Lega-kiezers geloven wel in God, maar niet in de priesters.

De kerk boven op de berg is een van de gewone stukjes schoonheid in ItaliŽ. Niet spectaculair mooi genoeg voor een sterretje in de gids, maar met haar weelderige en kleurige versiering een klein sieraad. Binnen zingt het koor. Buiten staan stalletjes met allerlei prullaria voor pelgrims. Er zijn zelfs koekoeksklokken te koop - Zwitserland is niet ver. Op een soort terras met uitzicht op de Alpen staat een man gedichten in dialect te declameren. Zijn lichtpaarse pak moet twijfelaars ervan overtuigen dat hij een echte kunstenaar is. Als de mis voorbij is, mag er buiten muziek worden gemaakt. Eerst speelt een blaaskwartet, daarna jagen leerlingen van de plaatselijke muziekschool er wat stukjes doorheen en dan mag de fanfare die met het koor is meegekomen, eindelijk zijn walsjes spelen. Fabrizia wijst me haar vader aan, die op de tuba blaast. Als ze hoort dat Bossi die avond in de buurt spreekt, staat ze erop mij de weg te wijzen. Maar eerst wil ze naar huis om een trui te halen.

Fabrizia rijdt voor. Drukke tweebaanswegen door een dichtbevolkt gebied. Een woud van veelvormige bordjes die de vrachtwagens de weg moeten wijzen naar de juiste fabrieken. Het is het ItaliŽ van de kleine en middelgrote bedrijven, het elastiek van de economie. Mevrouw Finotto is nog aan het strijken als we binnenkomen. Een fantasieloos vrijstaand huis, met een grote groentetuin en binnen het wandmeubel met foto's en snuisterijen. Weinig luxe. Dit is niet het ItaliŽ van het design. Ik denk dat ik kom voor een glas water, een reiziger op doortocht, maar ik moet meeŽten. Bossi wacht wel. De borden staan klaar op de keukentafel, maar voor de onverwachte gast wordt binnen de tafel gedekt. Als ook haar man op de fiets thuiskomt met zijn tuba over de schouder, gaat de pasta dampend op het bord.

Meneer Finotto doet het woord. Het gesprek gaat voornamelijk over de benen van zijn vrouw. `Laat ze nou zien,' zegt hij een paar keer tegen zijn vrouw. Maar die schudt iedere keer neen, verlegen lachend tussen haar grijzende krullen. Bij de pasta, bij het zelfgeslachte konijn, bij de ratatouille van groenten uit eigen tuin, steeds komt hij erop terug, ondertussen in de gaten houdend of de gast wel voor ieder gerecht een schoon bord en schoon bestek krijgt. Razend kan hij erover worden. De benen van zijn vrouw zijn dik en opgezwollen en ze doen pijn. Artrose, had de dokter gezegd, ze mocht er eigenlijk niet te lang op staan. Maar in de fabriek zijn geen stoelen. Daarom had ze een aanvraag ingediend voor gedeeltelijke invaliditeit, voor een uitkering van een paar honderd gulden per maand. De uitkeringsarts had gezegd dat de gewrichtsontsteking daarvoor net niet erg genoeg was. Als ze ander werk zocht, zou ze best kunnen blijven werken. Maar ander werk is er niet, zeker nu niet, met de recessie, zeker niet met haar leeftijd. `Nog twee jaar,' zucht mevrouw Finotto, terwijl even de zachte glimlach van haar gezicht verdwijnt. `Nog even, en dan kan ik met pensioen.'

`En dat is nou waarom ik op de Lega stem,' zegt haar man, terwijl hij met een klap zijn glas wijn op tafel zet. `In het zuiden geven ze invaliditeitspensioenen weg aan wie ze maar wil hebben. Soms is de helft van een dorp invalide. Geloof jij het? Hun mankeert niets, helemaal niets. Ze hebben een uitkering gekregen omdat politici zo stemmen hebben gekocht. En iemand hier in het noorden die zijn leven lang hard heeft gewerkt, krijgt niet waar hij recht op heeft, omdat het geld op is. Dat is niet rechtvaardig.'

De invaliditeitspensioenen zijn een van de refreinen in de toespraken van Lega-leiders. Het is een aansprekend voorbeeld van hoe politieke partijen de schatkist hebben geplunderd voor hun eigen cliŽntŤle. De pensioenen, een soort WAO, zijn weggegeven aan mensen in ruil voor een stem. Het is goed gegaan zolang er geld genoeg was, zolang de staat kon blijven lenen. Maar nu de rekening wordt gepresenteerd en het land de buikriem moet aanhalen, wordt het noorden boos. Vader, moeder en dochter Finotto werken in de fabriek en houden daar niet veel aan over. Voor wat zij afdragen aan de staat krijgen ze weinig terug, en ook nog vaak van slechte kwaliteit. Daarom stemt de familie op de Lega. `Het werd tijd dat iemand eens zei hoe de zaken ervoor staan,' zegt vader Finotto. `Wij in het noorden houden van concrete dingen, dit is een glas wijn en dat is een glas water. We moeten er niet langer omheen draaien dat het zo niet door kan gaan.'

We zijn bij het toetje, wat kaas met een zoetige wijn die door zijn broer is gemaakt. Nou kan ik wel vragen of hij zichzelf ook een barbaar vindt, zoals veel tegenstanders de aanhang van de Lega beschrijven. Hij moet eerst lachen, maar wordt dan ernstig. `Flauwekul. Wij zijn hardwerkende mensen die genoeg hebben van politici die ons geld stelen. De echte barbaren zijn de mensen die het land de vernieling in hebben geholpen, die met de mafia onder ťťn hoedje spelen.' Als om dat te bewijzen moet zijn zoon in de achterkamer op de piano spelen. Hij is de jongste en de hoop van het gezin. `Ik heb de spierballen, maar dit is mijn grote brein,' zegt zijn vader liefkozend. Virtuoos speelt hij wat voor, eerst Chopin, dan wat rags van Scott Joplin. Hij speelt prachtig, maar zijn vader ziet hem liever op de universiteit dan op het conservatorium. Dat biedt meer toekomst. Vader Finotto houdt van concrete dingen.

 Ik krijg zijn dochter mee naar het verjaardagsfeestje van Bossi in zijn geboortedorp Cassano Magnago, twee dorpen verderop. Op een groot terrein zitten honderden mensen aan lange tafels te eten en te drinken, te praten en grappen te maken. Kinderen rennen heen en weer, zonder veel te schreeuwen. In een hoek speelt een orkestje walsen en polka's, waar mensen onder de veertig zich kennelijk voor schamen. Er zijn een paar reclamestandjes en een kraampje waar je voor duizend lire vijf tennisballen kunt gooien naar de koppen van Craxi, Andreotti en andere kopstukken van het oude regime. Drie keer raak levert een sleutelhanger op en een innig gevoel van tevredenheid.

In trainingspak of trui, een los overhemd of een gemakkelijke jurk drentelen jong en oud door elkaar. Naarmate de Lega meer een algemene protestpartij is geworden, zijn haar kiezers meer gaan lijken op een dwarsdoorsnede van de bevolking. Het aantal arbeiders, artsen en ambtenaren onder haar kiezers benadert het Italiaanse gemiddelde. De partij is in het noorden een volkspartij geworden, met net zo'n brede aanhang als vroeger de Democrazia cristiana. Vergeleken met de aanhangers van andere partijen zijn de Lega-kiezers duidelijk minder geÔnteresseerd in ideologie. `Rechts' en `links' zegt hun niet veel meer. Ze willen dat het afval op tijd wordt opgehaald, dat ze binnen 24 uur een paspoort kunnen krijgen, dat er wc-papier is op school. En als ze in het buitenland komen, willen ze over iets anders praten dan over mafia en corruptie.

Tegen half tien beginnen de mensen samen te drommen voor een podium dat tegen een oude boerderij is aangebouwd. Lang hoeven ze niet te wachten. Tegen zijn gewoonte in is Bossi op tijd. Een luid gejuich stijgt op als hij uit de auto stapt. Vooraan bij de dranghekken staan mensen naar hem te roepen, smekend om een hand, een kus van de grote leider. Bossi gaat er graag op in, zonder routineus te worden. Dit zijn zijn mensen, en hij is niet de ster maar de aanvoerder, de grote leider. Bossi lacht, geniet, voelt zich op zijn gemak. Hij aait kleine kinderen over hun bol, geeft de mannen een hand, kust de matrones en jonge meisjes die vooraan staan. Fabrizia staat te springen van vreugde als ze Bossi over een aantal anderen heen een hand heeft weten te geven. Bossi is een van de weinige politici in ItaliŽ die nog echt enthousiasme oproepen. Voor veel mensen is hij de bevrijder.

Boven op het podium neemt hij zijn cadeautjes in ontvangst. Het zijn eenvoudige presentjes: een plakkaat van de gemeente, wat bloemen. Ook al is hij een van de belangrijkste politicus van het land geworden, Bossi blijft een jongen van het volk. Hij praat over hoe het vroeger was in zijn paese, over het verstrijken van de tijd. `Ik ben niet bang om ouder te worden of om te sterven,' zegt Bossi, lichting 1941 . `Ik heb geluk gehad, het boek van mijn leven staat vol, ik heb drie kinderen, werk. Wanneer het komt dan komt het.' Hij zegt het op een toon alsof hij in een huiskamer zit met een paar vrienden.

Bossi verontschuldigt zich als hij na deze persoonlijke bespiegelingen overstapt naar de politiek. `Wij in het noorden mogen niet meer blijven toekijken,' roept hij met zijn hese, raspende stem. `Als we niets doen dan komen hier over twee jaar de produkten uit Oost-Europa en dan kunnen we daar niet meer mee concurreren.' De Lega wil niet langer blijven wachten. `De staat laat merken dat hij zich niet gebonden voelt aan de wensen van de burger,' zegt Bossi. `Dan hoeft de burger zich niet meer gebonden te voelen aan de staat.'

Dat is spelen met vuur. Bossi zegt het als onderbouwing van zijn dreigement van een belastingstaking. Burgerlijke ongehoorzaamheid als antwoord op een overheid die niet wil luisteren, een nieuw wapen in ItaliŽ. Bossi heeft er steeds voor gewaakt de zaak al te scherp op de spits te drijven. Hij heeft al twee keer eerder gedreigd met een belastingstaking, maar het is er nooit van gekomen. Andere Lega-leiders hebben opgeroepen tot een boycot van staatsleningen, om zo Rome op de knieŽn te dwingen. De kiezers doen er niet aan mee. Tot nu toe heeft Bossi steeds de krachten die hij losmaakt, in de hand weten te houden.

In zijn toespraak trekt Bossi een parallel met de campagne van burgerlijke ongehoorzaamheid van Mohandas Gandhi. Ook Gandhi gebruikte een belastingstaking als pressiemiddel. Maar lang staat de Lega-leider niet stil bij de Mahatma, de grote man. Het zou ongepast zijn, want daarvoor doorspekt hij zijn toespraken met te veel verbaal geweld. Vanaf zijn bordes zegt Bossi: `Als de politici niet willen weggaan uit het Palazzo, moeten we het Palazzo laten instorten.' Regelmatig dreigt hij `het vuur te openen'. Een andere Lega-leider zegt in de zomer van 1992 enthousiast: `Wij zijn de kalasjnikovs aan het oliŽn.' In het parlement neemt een kamerlid van de Lega een strop mee. Allemaal metaforen, sust Bossi, beeldspraak. Hoewel de woede over de corruptie bijzonder groot is, heeft de Lega zich nooit schuldig gemaakt aan gewelddadigheden. `Wij zouden aan een nieuwe mars op Rome kunnen beginnen,' zegt Bossi. `Maar wij volgen de regels van de democratie.'

Sommige tegenstanders zien in de Lega Nord de kiemen van een nieuw fascisme, maar inhoudelijk is er geen groter contrast denkbaar dan tussen Mussolini en Bossi. De boodschap van de Lega staat haaks op die van het fascisme. Bossi wil federalisme in plaats van een eenheidsstaat, hij wil een vrije-markteconomie in plaats van Mussolini's corporatisme. Maar de stijl vertoont overeenkomsten met die van Il Duce. Dezelfde boertige opmerkingen over zijn viriliteit, dezelfde denigrerende opmerkingen over intellectuelen, dezelfde harde uithalen naar tegenstanders. Na een ruzie met de ex-communistische leider Achille Occhetto zegt Bossi: `Occhetto denkt slim te zijn, maar ik rij gewoon over die domme gans heen. Met piepende banden kom ik terug en dan ga ik er nog een keer overheen, en ik laat er weinig meer van over dan een wolk snorharen.'

Net als Mussolini duldt Bossi nauwelijks tegenspraak. Hij is de absolute leider, zijn wil is wet. Ook zijn nadruk op het gezin is wel erg absoluut. `Om gezond en evenwichtig te zijn, moet een man een gezin hebben, geloven in de band met zijn ouders en met zijn kinderen,' heeft Bossi gezegd. `Ik geef niet graag verantwoordelijkheid in de Lega aan mannen van middelbare leeftijd die geen gezin hebben, geen kinderen. Ik vind dat ze iets verkeerds hebben, iets verwrongens, iets onnatuurlijks.' Verder lijkt het algemene klimaat in het land op dat van rond de jaren twintig, toen het fascisme opkwam: veel verwarring, met een afwijzing van het oude bestel zonder dat duidelijk is welke kant het land op wil gaan.

Hier houden de parallellen op. Bossi is geen fascist, verre van dat. Dat hij als student ooit geld heeft opgehaald voor de slachto V ers van de rechtse coup in Chili, dat hij actief is geweest in de linkse studentenbeweging, is daarvoor geen garantie. Een mens kan veranderen, en Bossi zegt dat hij nu een overtuigd `liberalist' is geworden, iets wat voor hem vooral met economische vrijheid te maken heeft - over sociale problemen zul je hem niet snel horen. Maar voor een fascist is Bossi te gewoon gebleven. Hij heeft geen megalomane neigingen, heeft geen hofhouding om zich heen verzameld. Bij hem is niets van nostalgie te bespeuren naar de jaren dertig. `Alessandra Mussolini is het beste wat haar grootvader het land heeft nagelaten,' zegt Bossi, verwijzend naar een populaire leider van de neofascistische Sociale Beweging. In zijn eigen stijl voegt hij daaraan toe: `Als die partij zich niet laat zien met de tieten van de kleindochter van Il Duce, komt er niemand kijken.'

Als je de mensen voor het bordes in Cassano Magnago vraagt of ze Bossi een fascist vinden, kijken ze je niet-begrijpend aan. `Het fascisme was heel wat anders,' zegt een middelbare vrouw. `Wij willen onze vrijheid terug, wij willen af van het autoritaire bestuur in Rome.' De Lega-aanhang wil verandering, maar wel met respect voor de regels. De verbale agressie van Bossi wordt vaak met een glimlach aanhoord, als politiek theater in een land waar iedereen een stukje opera opvoert en waar decennia lang geen echte oppositie heeft bestaan. Voor de mensen is dat allemaal secundair. De essentie van de Lega is het protest tegen Ro- me. Voordat ze afscheid neemt om naar haar Sardijnse vriend te gaan, herinnert Fabrizia aan het antwoord van Bossi op de vraag wat zijn grafschrift zou moeten zijn: `Een Lombardijn die de trots van zijn volk weer wakker heeft gemaakt na jaren van slavernij.'

 In 1991 roept Bossi met veel fanfare de Repubblica del Nord uit, de Republiek van het Noorden. In sommige gemeentes duiken gele plaatsnaambordjes op met deze tekst. Het is een louter verbale afscheiding. De enthousiaste aanhanger van de Lega die een eigen paspoort voor het noorden bedenkt, wordt teruggefloten. De partij brengt wel eigen munten op de markt, de lega, ter waarde van duizend lire. Maar het zijn gadgets, net als de `eigen' postzegels, de dassen en sjaals, de sleutelhangers en speldjes, de horloges en riemen, en voor mannen het parfum Dur (Hard) - de Lega haalt een belangrijk deel van haar inkomsten uit de verkoop van deze ornamenten. Al na een paar maanden zegt Bossi dat de Repubblica del Nord een provocatie was, een poging om Rome in beweging te krijgen. Onze kiezers weten ook wel dat hun welzijn niet afhangt van een plaatsnaambord in twee talen, zegt hij. Wij willen ons niet afscheiden, wij willen van ItaliŽ een federale staat maken.

Wat daarmee precies wordt bedoeld, blijft onduidelijk. Het federalisme van de Lega berust niet op een uitgewerkt plan. Nu eens verwijzen partijleiders naar de Verenigde Staten of Duitsland, dan weer naar de Canadese provincie Quebec of naar de confederatie van Zwitserse kantons. In het partijprogramma wordt gesproken over de instelling van drie macro-regio's in ItaliŽ: noord, midden en zuid. Doel is in ieder geval een grote mate van fiscale autonomie: het rijke noorden wil zelf het geld besteden dat het verdient. En Bossi's boodschap voor het zuiden is dat het moet leren op eigen benen te staan en niet meer afhankelijk moet blijven van de stroom overheidsgeld uit Rome. In een federale staat zal het noorden het zuiden helpen, belooft Bossi. Maar dan met gerichte investeringen die ertoe moeten bijdragen dat het zuiden zelf iets gaat produceren. Bossi keert het verwijt van separatisme om en zegt dat de Lega juist ervoor wil zorgen dat de bestaande sociaal-economische kloof tussen noord en zuid verdwijnt.

De vraag of ItaliŽ een eenheidsstaat moet zijn of een verzameling betrekkelijk autonome deelstaten, is al zo oud als het land zelf. Bij de eenwording vorige eeuw won de centralistische gedachte het, ook al omdat de regionale verschillen zo groot waren dat er zonder sterk centraal gezag geen land zou zijn. In de jaren twintig speelde de voorloper van de christen-democratische partij, de Partito popolare van don Sturzo, ook met de federalistische gedachte. Maar Mussolini met zijn droom van een nieuw Romeins rijk wilde daar niets van weten. Na de Tweede Wereldoorlog wezen ook de christen-democraten het federalisme af, al was dat om andere redenen dan Mussolini en de oprichters van de staat. Zij waren bang dat hun sleutelrol in de nationale politiek zou worden ondermijnd als besturen van traditioneel `rode' regio's als Emilia Romagna, Toscane en UmbriŽ een tegenwicht konden vormen voor Rome. Pas in de jaren zeventig is in ItaliŽ een proces van regionale decentralisatie begonnen. Maar toen was de macht van de christen-democraten al zo diep verankerd in de samenleving dat dit proces meer te maken had met vergroting van het aantal baantjes dat er te verdelen was dan met het overdragen van bevoegdheden. De regionalisering van de jaren zeventig heeft vooral ten gevolge gehad dat de bureaucratie werd vergroot.

Binnen de Lega is een duidelijke ontwikkeling zichtbaar in het denken over een federale staat. De ideologische basis daaronder is in de loop der jaren sterk veranderd. In 1982 schreef Bossi, toen nog volslagen onbekend, dat Lombardije van de Lombardijnen moest zijn. Probleem was wie die Lombardijnen zijn. Mede wegens haar ligging in het noorden, als schakel tussen ItaliŽ en de rest van Europa, mede wegens haar industriŽle kracht, is het een regio met een grootschalige immigratie. Bossi kwam met de oplossing: je bent Lombardijn als je er vijf jaar hebt gewoond. Dat moest genoeg zijn geweest om de Lombardijnse cultuur in je op te zuigen.

Voor andere regio's in het noorden, zoals Piemonte en vooral de Veneto, is het bestaan van een eigen cultuur nog vol te houden, maar voor Lombardije nauwelijks. Ook binnen de Lega Lombarda zelf werd daar slechts mondjesmaat iets van zichtbaar. Eind jaren tachtig bleek bijvoorbeeld meer dan de helft van de partijleden van de Lega Lombarda, toen nog lang geen massapartij, geen dialect te spreken. Mensen hebben zich aangesloten bij de Lega Lombarda omdat ze politieke veranderingen wilden, niet omdat ze wilden dat hun kinderen op school les kregen in het dialect. Voor het noorden als geheel is het idee van een eigen culturele identiteit al helemaal niet te verdedigen. Daarvoor zijn de verschillen tussen Piemonte en de Veneto, tussen Toscane en Lombardije te groot. De grens van een macro-regio Noord-ItaliŽ ten zuiden van Toscane leggen, zoals de Lega Nord heeft voorgesteld, is dan willekeurig.

Gaandeweg is de ratio voor een deelrepubliek van het noorden veranderd van een culturele in een economisch-politieke. In het Lega-jargon kopen de regeringspartijen in het zuiden stemmen met de belastingcenten van het noorden. Wat de regio's in het noorden bindt, door alle culturele verschillen heen, is het verzet tegen het slechte bestuur in Rome en de angst dat het zuiden zo'n groot blok aan het been wordt dat het de verdere ontwikkeling van het noorden in de weg staat. In de jaren zeventig zei de Republikeinse leider Ugo La Malfa al, pratend over ItaliŽ als geheel, dat het land zich moest vastklampen aan de Alpen om te voorkomen dat het zou worden weggezogen naar de Afrikaanse onderontwikkeling. Nu zeggen veel aanhangers van de Lega Nord dat Afrika begint ten zuiden van Florence. Dixit Bossi: `In het zuiden moeten ze weten dat wij hen niet zullen volgen naar een Rwanda-Boeroendi, maar voor Europa zullen kiezen.'

De Lega-aanhang waarschuwt dat ItaliŽ achterop raakt in Europa en roept dat het zuiden daarvan de hoofdoorzaak is. Is het noorden niet een van de rijkste gebieden van de Europese gemeenschap? Waarom bestaat er dan toch nog zo'n achterstand op Frankrijk en Duitsland? Twee gevoelens spelen hierbij door elkaar heen, vaak elkaar versterkend: afkeer van de manier waarop in Zuid-ItaliŽ politiek wordt bedreven (en in deze optiek hoort Rome ook bij het zuiden) en afkeer van Zuiditalianen.

Aan de ene kant speelt de Lega in op de algemene kritiek op de economische en politieke situatie in het zuiden, waar in zeker drie regio's een nauwe vervlechting bestaat tussen de mafia en een deel van de politiek, waar alles draait om de politieke partijen omdat die het filter zijn voor vrijwel alle geldstromen, en waar kiezers vazal en soms zelfs horige zijn geworden van politici. De inefficiŽnte overheid, de corruptie, de mafia, alles wat er mis is in ItaliŽ wordt vaak geÔdentificeerd met zuiderlingen. Een belangrijk element in de cliŽntelistische politiek was dat politici in ruil voor een stem mensen uit het zuiden een baan bezorgden bij de overheid. Daarom zijn die oververtegenwoordigd in de bureaucratie. Als dan de post niet functioneert, krijgt de ambtenaar uit het zuiden daarvan de schuld. Een spotprent in het partijblad van de Lega vat de houding van veel mensen in het noorden puntig samen. Een man staat in de hal van een openbaar gebouw. Voor de meeste loketten hangt een bordje `Gesloten' of `Kapot'. Alleen het loket `Belastingen' is open. Op de vraag van een omstander of de man belasting blijft betalen, antwoordt deze: `Ja, dan kunnen ze na hun halskettinkje ook nog zeep kopen.'

In de Lega-karikatuur stinken mensen uit het zuiden en dragen zij glimmende kettinkjes. Daarmee boort de partij een groot reservoir van anti-meridionalisme aan. Tot in de jaren vijftig is het contact tussen noord en zuid gebrekkig geweest. Men wist weinig van elkaar. Toen in de jaren vijftig en zestig een massale migratiestroom op gang kwam van het platteland in het zuiden naar de fabrieken in het noorden, leidde dat bijna tot een soort rassenhaat. Mensen in het noorden waren bang hun banen kwijt te raken, vreesden dat er niet genoeg woonruimte was. Huiseigenaars hingen borden op dat ze niet verhuurden aan mensen uit het zuiden. Mannen met gitzwarte haren en een forse snor werden uitgescholden voor terroni, boerenkinkels, al werkten ze nog zo hard. Soms scholden ze terug: polentoni, eters van polenta, een typisch Noorditaliaanse maÔspap waar je alleen maar van kunt houden als je ermee bent opgegroeid. Maar dit scheldwoord deed lang niet zoveel pijn. Een polentone is iemand die langzaam in actie komt. In het noorden zeggen ze: iemand die nadenkt voordat hij wat doet.

Het lijkt stank voor dank. De industrie in het noorden heeft in de jaren vijftig en zestig op enorme schaal geprofiteerd van de stroom goedkope en hard-werkende arbeiders uit het zuiden. De donkere, hard-pratende mensen met brillantine in hun haar die na de vakantie terugkwamen in een oude auto volgepakt met olijfolie, flessen tomatensaus en worsten uit de eigen streek, hebben de welvaart van het noorden mede mogelijk gemaakt. Maar er ligt een wereld van verschil tussen de arbeiders van toen en de ambtenaren van nu. Die arbeiders kwamen in een industriŽle structuur die functioneerde, die een grote inzet vroeg en in veel gevallen daar een passende beloning tegenover stelde. In de praktijk was er nauwelijks verschil tussen een arbeider uit het noorden en een uit het zuiden - de laatste werkte waarschijnlijk harder.

De Italiaanse overheid daarentegen is organisatorisch zo'n chaos dat ook ambtenaren uit het noorden, met hun pretentie beter te kunnen organiseren en harder te werken, weinig kunnen beginnen. De loopbaan van een ambtenaar wordt niet bepaald door zijn werk, maar door zijn gedrag in het stembureau. De overheid vraagt niet veel van haar medewerkers, ontmoedigt persoonlijk initiatief en heeft, steeds om electorale redenen, ambtenaren vaak de gelegenheid gegeven om na een paar jaar dienst in het noorden weer terug te keren naar het zuiden. Uitgezonderd de politie en de justitie zitten bijna alle overheidsinstellingen met een personeelsoverschot in het zuiden van het land. Daarom wordt de post voor Milaan soms in Palermo gesorteerd.

Mede door deze gelijkstelling van slecht functionerende overheid en mensen uit het zuiden zijn er in het noorden nogal wat mensen die de meridionali behandelen als halve paria's, als een soort inboorlingen die niets meer te maken hebben met ItaliŽ. Professor Miglio bijvoorbeeld is een hoogleraar staatsrecht die een paar jaar heeft gefunctioneerd als de ideoloog van de Lega, maar gaandeweg de vertolker is geworden van de meest reactionaire gevoelens binnen de partij. Hij zegt dat hij de kriebels krijgt als hij Florence voorbij is en herkent zich meer in Duitsland dan in ItaliŽ. Als een Lega-afdeling de mensen uit het zuiden oproept om terug te gaan, staat Miglio te applaudisseren. Andere Lega-leiders zeggen dat de eenmaking van ItaliŽ een gedwongen vereniging is geweest en vergelijken Giuseppe Garibaldi met een terrorist.

Met deze opstelling heeft de Lega Nord een historische kans gemist. In de eerste twee jaar van de Italiaanse revolutie is zij de enige nieuwe partij in een land dat schreeuwt om vernieuwing, de enige protestpartij in een land vol opgekropte frustratie. Maar de racistische uithalen richting zuiden voorkomen dat de partij daar echt voet aan de grond krijgt. Weinig mensen in het zuiden willen iets te maken hebben met Miglio en consorten. Niemand wil er als tweederangs burger worden behandeld. Zo heeft de Lega Nord een kans laten schieten om een nationale partij te worden. Het omvangrijke niet-corrupte, niet-mafiose deel van het zuiden ging op zoek naar een eigen spreekbuis.

Bossi probeert zieltjes te winnen door uit te leggen dat de Lega niet tegen het zuiden strijdt, maar tegen Rome. Hij zegt dat niet alleen in het noorden, maar ook in het zuiden een bevrijdingsoorlog nodig is tegen de corrupte en mafiose politici in Rome. Hij wil gerichte investeringen in het zuiden in plaats van de schier eindeloze geldstroom die alleen maar `kathedralen in de woestijn' heeft opgeleverd, zinloze projecten die slechts dienden om smeergeld op te strijken en waar verder niemand wijzer van is geworden. Het zuiden moet worden geliberaliseerd, zegt Bossi. Het zuiden moet leren op eigen benen te staan en voor de markt te werken, of het nu om industriŽle produkten of om toerisme gaat.

Bossi's analyse wordt ook door economen en sociologen uit het zuiden in grote lijnen gedeeld. Het overheidsbeleid ten aanzien van Zuid-ItaliŽ in de afgelopen twintig, dertig jaar is rampzalig geweest. Het zuiden is een soort wingewest geworden: de industrie kon er haar produkten kwijt, de regeringspartijen kochten er hun stemmen, en de mafia eigende zich een fors deel van de geldstroom uit Rome toe. Maar liberalisering ŗ la Bossi wordt gewantrouwd. De Lega-leider heeft nog niet veel mensen ervan kunnen overtuigen dat zijn voorstellen voor het zuiden geen Reaganiaanse liberalisering van de armoede betekenen.

Een deel van de Lega-aanhang vindt dat het zuiden zichzelf maar bij de haren uit het moeras moet trekken. Andere leghisti zijn minder stellig. Wie in Milaan de straat opgaat, komt veel mensen tegen die op de Lega hebben gestemd, maar de meesten van hen zijn tegen een opdeling van ItaliŽ en hoeven ook niet zo nodig een federale staat. `Wij stemmen Lega, want er is een protest nodig,' zeggen twee oudere dames die in bontjas de etalages van de sjieke via Montenapoleone lopen te bekijken en elkaar voortdurend in de rede vallen. `Maar ItaliŽ mag niet uit elkaar vallen. Het is ťťn land, met veel moeite verenigd.' Een meisje dat iets verderop op haar vriend staat te wachten, zegt: `Het is goed dat er wordt geprotesteerd, want er is zoveel mis in ItaliŽ. De Lega heeft gelijk: daar beneden betalen ze een heleboel belastingen niet. Maar ze moeten ItaliŽ niet verdelen. Dat zou het slechtste zijn dat er kan gebeuren.'

Bossi en de Lega-leiders om hem heen varen overtuigd de koers van het federalisme. Voor hen is dat de enige mogelijkheid om tot wezenlijke vernieuwing te komen. Nieuw betekent automatisch federaal. Maar lang niet alle Legakiezers denken daar zo over. Voor veel mensen die op de Lega hebben gestemd, was het federalisme vooral een strijdkreet om de politiek in beweging te krijgen. Als het openbaar bestuur verbetert, als de bureaucratie wordt gereorganiseerd, als de banden tussen mafia, politiek en economie verdwijnen, dan wordt ook het federalisme minder noodzakelijk. Hoofddoel is een land dat functioneert. Het grootste gevaar voor de Italiaanse eenheid komt daarom niet van de aanhang van de Lega Nord, maar van de partijen die de woede van de burgers niet serieus nemen of negeren. `Ik ben tegen afscheiding,' zegt een Lega-aanhanger in Milaan, `of ze moeten ons ertoe dwingen.'

 Het is zondagmorgen. Milaan is uitgestorven. De stad vertoont de desolate leegte van een werkstad waaruit iedereen die dat kan in het weekeinde wegvlucht. De thuisblijvers bereiden zich voor op het ritueel van de zondagse lunch, of halen vast de sjaal van Inter of Milan te voorschijn. Maar in een kille kelder niet ver van het station, in het hoofdkwartier van de Lega, volgt een vijftiental nieuwbakken burgemeesters in het kille licht van tl-lampen een stoomcursus openbaar bestuur. Het gaat over wetten en verordeningen, over contact met de pers en over de houding tegenover de oppositie, maar ook over de nieuwe stijl van besturen die de Lega wil laten zien. Hier, met een brommende frisdrankmachine (zelf betalen) op de achtergrond en oude verkiezingsaffiches aan de muur, wordt gezaaid wat een deel van Noord-ItaliŽ de komende jaren zal oogsten.

Twee vertegenwoordigers van het partijsecretariaat, in blauwe blazer, behandelen de grote en kleine problemen van een gemeentebestuurder. De burgemeesters, in confectiejasje of in poloshirt, luisteren, knikken en maken aantekeningen. Een voor iedereen vertrouwd probleem is dat de burgemeester lastig wordt gevallen voor de meest onbenullige zaken, technische problemen die meestal door een ambtenaar zijn op te lossen. Het is een van de erfenissen uit het verleden. Alles was politiek, zelfs de meest simpele aanvraag voor een vergunning. De bureaucratie kwam pas in actie na bemiddeling van de politicus, en die vroeg daar zijn prijs voor. Zo heeft de burger geleerd dat hij voor alles een zo hoog mogelijke bestuurder moet inschakelen.

`Jullie moeten de burgers duidelijk maken hoe de gemeente werkt, waar hij zijn vergunningen kan halen, bij welke loketten hij moet zijn,' is het antwoord van de cursusleider. Een kernwoord valt: trasparenza. Het bestuur moet transparant zijn, de burger heeft er recht op te weten waar hij aan toe is. Het lijkt een dooddoener, maar voor het Italiaanse openbare bestuur is het een revolutionaire gedachte, en de nieuwe groep Lega-bestuurders heeft haar tot zijn stokpaardje gemaakt. Maar als de mensen toch blijven komen? Bij die doorzichtigheid hoort ook dat je laat zien wie welke taak heeft, zegt de cursusleider. `Als mensen komen klagen over de bla V ende hond van de buurman, mag je gerust duidelijk maken dat zoiets geen zaak is voor de burgemeester. Zelfs als ze dreigen niet meer op de Lega te stemmen.'

Bij de stijl van de Lega-leider hoort het om af en toe duidelijk `neen' te zeggen, onderstreept de cursusleider. Ook dit is weer een reactie op het verleden. Met name de christen-democraten hebben de politiek uitsluitend gezien als bemiddeling tussen verschillende belangen, als verzoening. Het maken van beleid is daarbij op de achtergrond geraakt. `Jullie moeten niet bang zijn om impopulaire maatregelen te nemen,' zegt hij. `Wij willen geen consensus-democratie, want dan gebeurt er vaak niets of worden zinloze compromissen gesloten. Regeren is besluiten. Er is altijd wel iemand die het ergens niet mee eens is, maar het o V er van ťťn is het voordeel van velen.'

Een andere problematische erfenis uit het verleden zijn de contracten die de gemeente te vergeven heeft. Dat kan gaan van miljoenen kostende verbeteringen aan de wegen tot de vraag wie de schoolbus exploiteert en wie de maaltijden tussen de middag op school verzorgt. Verscheidene burgemeesters vertellen dat ze proberen de bestaande afspraken te doorbreken, omdat er te veel smeergeld is meebetaald of omdat beschermde bedrijven laks zijn geworden. Maar in de praktijk blijkt dat moeilijk. De burgemeester van het stadje Brambate constateert dat ondanks de smeergelda V aires sterke kartels van bedrijven zijn blijven bestaan. `Ik heb zeven bedrijven uitgenodigd om in te schrijven voor een contract voor de schoolbus, en er komt er maar een, hetzelfde als altijd,' zegt hij. `Ze maken afspraken met elkaar.' Geduld, antwoordt de cursusleider, we zijn als Lega nu nog niet sterk genoeg om de macht van de grote bedrijven te breken, maar dat komt. In de tussentijd moeten jullie het blijven proberen, nieuwe bedrijven blijven uitnodigen.

De discussie is geanimeerd, en de burgemeesters gaan een uur later weg dan voorzien. Bijna iedere week organiseert de Lega bijeenkomsten als deze, bedoeld om de nieuwbakken bestuurders en kaderleden beter wegwijs te maken in de praktische politiek. De partij is zo sterk gegroeid dat zij een enorm gebrek aan kader heeft. Het parlement en de gemeenteraden zitten vol nieuwelingen. Om al te grove blunders te voorkomen heeft Bossi zijn parlementariŽrs aangespoord zich wegwijs te maken in het staatsrecht. De meeste kaderleden bij de Lega hebben nauwelijks politieke ervaring. Het zijn ondernemers, chirurgen, advocaten, pas afgestuurde studenten, mensen die zich achter de roep om verandering van de Lega hebben geschaard maar vaak de spelregels van de politiek nog moeten leren.

In haar naarstige speurtocht naar kader heeft de Lega bewust mensen vermeden die op een of andere manier betrokken zijn geweest bij het oude regime, ook al was onervarenheid de prijs die daarvoor moest worden betaald. Bossi is steeds bang geweest voor in de verdrukking geraakte christen-democratische of socialistische politici die zich proberen te recyclen als Lega-aanhanger en zo als een soort vijfde kolonne de koers van de partij zouden kunnen proberen om te buigen. Was in Rome aanvankelijk niet gezegd dat de Lega geen probleem was omdat ze gewoon de Lega moesten kopen, want ieder mens had toch zijn prijs? Daarom bestond er in de eerste jaren op de partijcongressen een onderscheid tussen mensen die officieel als lid van de Lega waren toegelaten en sympathisanten. De laatsten mochten wel meebetalen, maar vooralsnog niet meestemmen, totdat zij hadden bewezen zuiver op de graat te zijn. In zijn geloof in een leidende rol van een kleine groep mensen, in een revolutionaire voorhoede, is Bossi een leninist pur sang. `Lenin kan interessant zijn waar hij zegt dat je om te winnen bepaalde dingen moet doen.'

De selectie van het kader binnen de Lega is bijzonder streng en wordt vaak door Bossi persoonlijk gevolgd. Wie erdoor komt, kan razendsnel carriŤre maken. Zo is bijvoorbeeld Raimondo Fassa, een dertiger, binnen twee jaar van een onbekende gemeentesecretaris de burgemeester van Varese geworden en daarmee een van de mensen die het nieuwe gezicht van de Lega bepalen: niet meer de Lega van het protest, maar die van het bestuur. Op de golven van de revolutie heeft de Lega in tientallen steden in het noorden de macht in handen gekregen. Parel op de kroon is Milaan, maar Fassa is de eerste burgemeester in een stad van enige betekenis. Hij is ziek, bronchitis, maar wil me wel in bed ontvangen, in het huis dat hij met zijn moeder deelt, halfweg tussen Milaan en Varese. Zijn moeder doet open, een kleine charmante vrouw, hartelijk en open. Een simpel appartement. De patiŽnt ligt in een sobere slaapkamer met religieuze prenten aan de muur en meubels van vroeger.

`Te hard gewerkt,' zo verklaart Fassa zijn bedlegerigheid. `Wij moeten ook zoveel tegelijk doen, want dit is onze kans om te laten zien dat we anders zijn.' Hij heeft waterogen, een loopneus en een baard van een paar dagen, maar dat weerhoudt hem niet om enthousiast te vertellen over de plannen van de Lega. `Wij willen de cultuur van het bestuur in ere herstellen, kijken wat voor problemen er zijn en daar een oplossing voor vinden,' zegt hij. `Een burgemeester moet asfalteren, gaten in de weg dichtmaken. Jarenlang heeft niemand zich druk gemaakt om de kleine dingen. Onze voorgangers hebben de stad aan haar lot overgelaten om weg te dromen bij grote projecten als een sportpaleis, een megastadion, glazen wolkenkrabbers. Dat was een verkeerde fantasie. Je moet geen helikopterpiste aanleggen als nog niet eens alle straten zijn geasfalteerd. De kleine dingen doen, goed bestuur, dat is de essentie. Daar komt geen ideologie aan te pas.'

Af en toe roept Fassa hees Mamaaa, om een glas water te vragen, om te horen wie er aan de deur was. Zijn secretaresse komt langs met een zelfgemaakte vruchtenvla. Mensen bellen op zijn zaktelefoon om te weten hoe het met hem gaat. Het praten vermoeit hem zichtbaar, maar hij wil graag zijn verhaal kwijt. `Wij willen de samenleving weer haar autonomie geven,' zegt hij. `Het gaat om vrijheid. In het verleden is de vrijheid afgenomen in ruil voor uitbreiding van de publieke sector. In ruil voor het werk dat hij je geeft, vraagt de politicus je stem, pakt hij je geld, neukt hij je vrouw. Hij doet alles wat hij wil, want hij is de baas. Federalisme betekent vermindering van de publieke sector, vermindering van de politieke macht. Ieder van ons moet zijn eigen problemen oplossen, zijn eigen verantwoordelijkheid nemen. Dat is de waarheid die de Lega verkondigt. Als wij een netwerk hebben gemaakt van kleine gemeentes in het noorden die allemaal goed worden bestuurd, kan niemand ons meer tegenhouden.'

 De lokale verkiezingen van eind 1993 maken duidelijk dat de Lega wel degelijk te stoppen is. De politieke partijen leren met vallen en opstaan de nieuwe kiesregels. De Lega Nord moet concluderen dat het niet meer genoeg is om de grootste partij te zijn. In Genua en VenetiŽ wordt zij verslagen door allianties van linkse groepen. Op eigen kracht komt de Lega nooit aan de macht, maar blijft zij beperkt tot grote delen van het noorden. `Dit is het einde van een tijdperk,' zegt Bossi aangeslagen.

Zijn woorden blijken profetisch, want nog geen week later klopt de Milanese justitie aan bij de Lega. De verdenking is niet corruptie, maar overtreding van de wet op de partijfinanciering. De Lega, de partij die als geen ander heeft gevochten tegen de politieke corruptie, is haar maagdelijke onschuld kwijt. Eerst senator Giuseppe Leoni, een van de oprichters van de Lega, die ervan wordt verdacht een bijdrage van dertienduizend gulden niet te hebben opgenomen in de boeken, zoals verplicht is. Daarna de voormalige penningmeester, die tweehonderdvijftigduizend gulden heeft aangenomen van het Ferruzzi-concern, hoofdrolspelers in de grootste corruptie-a V aire. Ook Bossi moet bij officier van justitie Antonio Di Pietro verschijnen. Hij gaat met veel bravoure het paleis van justitie binnen, zwaaiend met een cheque voor tweehonderdvijftigduizend gulden - de Lega-aanhang heeft een inzamelingsactie gehouden om het geld terug te geven. Maar hij komt aangeslagen naar buiten: ook hij is bijgeschreven op de lijst van verdachten. Het is een klein bedrag vergeleken met de andere a V aires, het is geen corruptie want er stond geen tegenprestatie tegenover, maar toch.

Een paar weken later trekt Bossi de Rubicon over. Hij constateert dat het federalisme een belangrijke stemmentrekker is, maar dat het voor het verlichtere deel van zijn kiezers alleen maar een instrument is, geen doel. Mediamagnaat Silvio Berlusconi, de nieuwkomer in de politiek, wil praten over een alliantie, maar maakt duidelijk dat de eenheid van ItaliŽ niet ter discussie kan staan. En dan zet Bossi de plannen voor federalisme tijdelijk op een zacht pitje.

Bossi profiteert van de bewezen aanhang voor zijn partij en de nog onbekende sterkte van Berlusconi's Forza Italia. Bij de verdeling van kandidaten over de verschillende districten gaat ongeveer zeventig procent naar mensen van de Lega. Bossi laat zich kennen als een bijzonder slim tacticus: de alliantie met Berlusconi voorkomt dat zijn partij in het meerderheidsstelsel wordt platgewalst tussen de linkse en rechtse blokken. Maar hij vecht door: tegen het cliŽntelisme en de vriendjespolitiek, tegen het slechte bestuur. Er is een doelwit bijgekomen: de gelegenheidsbondgenoot Berlusconi met zijn belangenverstrengeling als mediamagnaat-politicus-ondernemer en zijn vele verkeerde vrienden uit het oude bestel.

Veel kiezers lopen weg door deze uithalen tegen Berlusconi. De Lega was voor hen niet meer dan een middel om hun woede te uiten. Bossi dreigt klem te komen zitten en moet harder gaan schreeuwen om gehoord te kunnen worden. De harde kern die overblijft, wil radicale taal. Naarmate de Lega zijn karakter kwijtraakt van een algemene protestpartij, wordt de toon van Bossi weer rauwer. Tegenover een slecht functionerende staat blijft de roep om separatisme aanspreken.

 

 

 

 

Ga terug naar startpagina van De Italiaanse revolutie of lees het volgende hoofdstuk

 

 

Deze website is gemaakt door Marc Leijendekker
teksten © 2007 en 1994-1996