home ē discussie ē recensies ē lezingen ē  links ē de Italiaanse revolutie    
nrc.nl ē prometheus

Dit boek is verschenen in 1996. Veel eruit is nog steeds van kracht,
maar zie 'Het land van de krul' voor een recenter beeld van ItaliŽ.

 

2 Pollo alla socialista

 

Het is altijd moeilijk om precies de dag vast te stellen waarop een revolutie begint, zeker als die zo langzaam op stoom komt als de Italiaanse. Maar als ťťn datum daarvoor in aanmerking komt, is het 17 februari 1992 . Op die dag stapt de ondernemer Luca Magni, eigenaar van een schoonmaakbedrijfje met zeven werknemers, 's middags het kantoor binnen van Mario Chiesa. Chiesa is een man met macht. Hij is een snel opkomende ster binnen de socialistische partij in Milaan en bovendien president van de Pio Albergo Trivulzio, een begrip in de domstad. Meer dan twee eeuwen geleden is de Pio Albergo Trivulzio opgericht als een liefdadigheidsinstelling van de adel en de gegoede burgerij. Nu is de gemeente eigenaar van de organisatie, die de controle heeft over een bejaardentehuis, een opvangcentrum voor weeskinderen en meer dan duizend appartementen, vooral in het centrum. En Magni wil hier graag schoonmaken.

Magni is zenuwachtig. Hij was een paar dagen eerder naar de politie gestapt omdat Chiesa hem opnieuw smeergeld had gevraagd voor een contract. Tien procent, veertien miljoen lire, toen ruim twintigduizend gulden. Magni kan niet meer betalen, de tijden zijn slecht en zijn bedrijfje heeft geen speelruimte meer. De carabinieri sturen hem door naar een onbekende officier van justitie met een kamer aan het einde van de gang, dus eigenlijk niet meer dan een hulpje: Antonio Di Pietro. Deze luistert vol belangstelling, want hij heeft al een heel dossier over Chiesa. Twee jaar daarvoor was er een berichtje verschenen in de plaatselijke pers dat voor iedere bejaarde die in de kist de Pio Albergo uit ging, ruim honderd gulden aan smeergeld moest worden betaald. Ook op de doden werd nog verdiend. Het was een zaak wegens laster geworden die werd gearchiveerd, maar Di Pietro was het niet vergeten. Hij was de naam Chiesa nog een keer tegengekomen, in een alimentatiezaak. Chiesa's ex-vrouw Laura Sala was met bankafschriften van de smeergeldrekeningen naar de rechter gestapt toen Chiesa had gezegd dat hij de alimentatie voor zijn vrouw en hun zoon, tegen de vijfduizend gulden per maand, niet meer kon betalen. Magni is voor Di Pietro de man die de zaak rond maakt. Met een stapeltje getekende bankbiljetten en een kleine videocamera stuurt de justitie hem naar Chiesa.

Magni staat onrustig voor het notehouten bureau van Mario Chiesa. Hij zet de tas waarin de verborgen camera zit, verkeerd neer, zodat er geen bruikbaar beeld op de band komt. Maar de microfoon werkt wel. De carabinieri die buiten staan te wachten, horen het gesprek.

`Hier, dit is het geld.'

`Zeven miljoen?'

`Ja, het is zeven miljoen. Ik kon niet meer meenemen, in contanten.'

`Maar het akkoord...'

`Ja, ik weet het, ik breng de andere zeven ook.'

Als de carabinieri horen dat het geld is overhandigd, stormen ze het kantoor binnen. Chiesa probeert zich eruit te praten door te zeggen dat het geld van hem is, maar de politie wijst hem op de minuscule paraafjes die Di Pietro op elk biljet heeft gezet, als bewijs dat ze echt afkomstig zijn van Magni. Dan heeft `ingenieur tien procent', zoals Chiesa wordt genoemd, in de gaten dat hij erbij is. Hij vraagt of hij even naar het toilet mag en begint daar het smeergeld door te spoelen dat hij nog in zijn zak heeft, van een ander contract: 38 miljoen lire, 380 bankbiljetten. Di Pietro zal later vertellen dat hij eerst niet begreep waarom Chiesa zo vaak moest doortrekken. Chiesa wordt betrapt `met zijn handen in de jam', zoals de Italianen zeggen. Maar ook in de gevangenis blijft hij glimlachen, en zwijgen. Het is een bedrijfsongeval, een ongelukje, de partij zal hem wel redden. Chiesa waant zich veilig. `Ik weet dat u als een stoomwals bent,' zegt hij tegen Di Pietro. `Maar ik denk dat ze u zullen afmaken.' Di Pietro haalt zijn schouders op en vraagt kort daarna aan Chiesa's advocaat om zijn cliŽnt te vertellen dat het mineraalwater op is. De advocaat kijkt Di Pietro vragend aan, maar Chiesa begrijpt de boodschap: ook de twee rekeningen die hij in Zwitserland heeft, onder de codenamen Fiuggi en Levissima, bekende merken mineraalwater, zijn ontdekt door de justitie. In totaal wordt op rekeningen en in kluizen in ItaliŽ en Zwitserland, op zijn eigen naam en die van zijn secretaresse, tegen de vijftien miljoen gulden ontdekt. Hij krijgt het warm in de gevangenis, maar houdt nog steeds zijn mond.

Dan begaat de socialistische leider Bettino Craxi een tactische blunder. Hij zit midden in de campagne voor de parlementsverkiezingen, die moeten leiden tot zijn triomfantelijke terugkeer in het palazzo Chigi, het Italiaanse Catshuis. De zaak-Chiesa is als een vlieg die om zijn hoofd zoemt. Craxi besluit hem dood te slaan. Chiesa? Niet meer dan een mariuolo, een schelm, zegt de socialistische leider denigrerend, in een toespeling op Chiesa's voornaam Mario. Niet iemand om veel aandacht aan te besteden, dus deze corruptiezaak raakt zijn partij nauwelijks.

Chiesa is woedend. Niet eens zozeer omdat Craxi hem laat vallen, maar vooral wegens zijn minachtende toon. Had Chiesa niet in 1990 zijn eigen ambities voor de gemeenteraad opgegeven en ervoor gezorgd dat Craxi's zoon Bobo met negenduizend voorkeurstemmen in de gemeenteraad werd gekozen? Hij had de macht en de middelen om zichzelf te laten kiezen, maar had berekend dat het gunstiger voor hem was om de zoon van de grote baas te helpen. Bijna een half miljoen gulden had de campagne van Bobo hem gekost. En nu wordt Chiesa, die zevenduizend socialistische stemmen in Milaan controleert, een vijfde van het totaal, uitgemaakt voor een non-valeur. Is dit dezelfde man die aan het eind van het jaar kerstkaarten rondstuurt met de beste wensen namens `Mario Chiesa, Paolo Pillitteri (de zwager van Craxi) en Bobo Craxi'? Ruim een maand na zijn arrestatie, op 23 maart, begint Chiesa te praten, zonder remmingen. Zeven dagen duurt het verhoor.

De fundamenten onder het justitiŽle onderzoek Mani Pulite (Schone Handen) zijn hiermee gelegd. Het openbaar ministerie legt een hele stapel arrestatiebevelen klaar, maar wacht tot na de verkiezingen van 5 en 6 april, om er niet van te worden beschuldigd zich in de politieke strijd te willen mengen. Terwijl de eerste voorlopige uitslagen binnenkomen, begint de bal te rollen.

De ene na de andere ondernemer wordt gearresteerd. De justitie mikt steeds hoger. `We zijn er geweest. Niemand kan deze mensen nog stoppen,' zegt al ruim twee weken later Luigi Carnevale, als ex-vice-president van de Milanese metro een van de hoofdrolspelers. Nog steeds denken de politieke partijen dat het incidenten zijn. Als een van de verdachten openlijk begint te praten over de systematische corruptie, wordt hij uit de christen-democratische partij gezet - niet omdat hij heeft gestolen, maar omdat hij zijn mond opendoet. De arrestanten worden gefotografeerd met verbaasde gezichten: waarom die handboeien, het is toch steeds zo gegaan? In mei breidt het schandaal zich uit, naar andere regio's: de Veneto, Lazio, de Abruzzen. En dan komt de justitie terecht bij de top van het Milanese stadsbestuur, bij de twee oud-burgemeesters Paolo Pillitteri en Carlo Tognoli. Dit is het begin van het spoor naar Bettino Craxi. De lont naar de politieke top in Rome is aangestoken en knettert onstuitbaar verder. De rechters krijgen een escorte, want ze komen op gevaarlijk terrein. En Milaan, de stad die zichzelf zo graag de morele hoofdstad van ItaliŽ noemde, is in de beklaagdenbank terechtgekomen. Van hoog tot laag, van links tot rechts, van burgemeester tot ambtenaar derde klasse, iedereen heeft meegedaan. Smeergeld blijkt een onvermijdelijk onderdeel van het politieke spel te zijn geworden, en soms zelfs het hoofddoel.

 

Milaan is een trotse stad. Met zijn statige achttiende- en negentiende-eeuwse gebouwen, met zijn sjieke restaurants en wereldberoemde modehuizen, met zijn rood-pluche operatempel La Scala straalt de stad een grandeur uit die je nergens anders in ItaliŽ vindt. De straten in het centrum bestaan uit rechthoekige grijze tegels van porfier, niet het platte asfalt van andere steden, niet de hobbelige sampietrini-keien van Rome. De stad gaat prat op haar Habsburgse efficiŽntie, en Milanezen vinden het sjiek om net als de Britten tweed te dragen en pijp te roken. De stad heeft zich steeds afgezet tegen Rome. De mensen lopen er harder. De vrouwen zijn mooier. De auto's groter. De metro heeft meer lijnen en blijft langer rijden. Al sinds de eenwording roepen de Milanezen dat zij het geld verdienen dat in Rome wordt verbrast. Milaan is de locomotief van ItaliŽ.

Nu blijkt dat de rekening in beroemde restaurants als Savini in de sjieke Galleria Vittorio Emanuele naast het Domplein, een restaurant waar de socialistische gemeentebestuurders tot voor kort een vaste lunchtafel hadden, is betaald met smeergeld. Achter de gevels van de fraaie palazzi vormden captains of industry kartels en verdeelden zij onderling de buit. De prijs, het smeergeld dat zij moesten betalen, werd doorberekend aan de schatkist. Milaan blijkt corrupt tot op het bot.

Dat geldt allereerst voor het stadsbestuur. In Milaan is geen bloem geplant in een openbaar park en geen straat geasfalteerd zonder dat daarvoor steekpenningen zijn betaald. Aan de bussen en de metrowagens kleeft smeergeld. Voor iedere grote of kleine vergunning van de gemeente moest worden geschoven. Politici gebruikten hun controle over gemeentebedrijven als een bron van inkomsten: de melkcentrale, de vuilophaaldienst, de lokale gezondheidszorg en de gemeentelijke apotheken, metro, tram en bus, de onderneming die de twee Milanese vliegvelden Linate en Malpensa exploiteert, de banken waarin de gemeente zijn vertegenwoordigers benoemt. Wie niet wilde meedoen, werd weggejaagd. Smeergeld is de norm geworden. Mario Chiesa vertelt dat hij vaak zonder iets te vragen geld kreeg aangeboden.

Maar niet alleen de politici blijken corrupt, ook veel ondernemers worden ontmaskerd als sjoemelaars. In Milaan worden de eerste regels geschreven van het hoofdstuk over de rol van de ondernemers in deze affaire. Al vrij snel vallen grote namen, ook van buitenlandse bedrijven: Siemens, Asea Brown Boveri, Fiat. Chiesa praat over een draaikolk van medeplichtigheid. Vooral in de bouw presenteerden de grote ondernemers zich als de vriend van deze of gene politicus, boden zij de standaard vijf procent smeergeld voor openbare werken, onthaalden zij de stadsbestuurders op een dineetje in het gezelschap van een aantal beeldschone `modellen'. Zij werkten samen in machtige kartels, die bijna niet te doorbreken waren. Toen Chiesa als directeur van de Pio Albergo Trivulzio een bouwopdracht wilde gunnen aan een andere aannemer met wie hij al eerder smeergeldzaken had gedaan, schrok deze daarvoor terug, omdat hij zich niet sterk genoeg achtte om de toorn van het kartel te trotseren.

De stad schrikt van het beeld in de spiegel die de justitie haar voorhoudt. Milaan is een stad van bontjassen, champagne en bmw 's, een stad vol mensen die elkaar 's winters treffen in Zwitserse chalets of in de Italiaanse kolonies op warme eilanden in de CaraÔben of de Stille Zuidzee, en die 's zomers spelevaren op peperdure jachten. De golf van arrestaties laat zien dat die luxe niet alleen het resultaat is van hard werken, zoals de stad steeds heeft beweerd, maar ook van diefstal en bedrog.

Maar Milaan heeft karakter. In Rome zegt Vittorio Sbardella, een christen-democraat die lang bevriend is geweest met Giulio Andreotti, op cynische toon dat de mensen al die smeergeldzaken binnen de kortste keren weer zullen zijn vergeten. Het is een illustratie van de uitspraak die de wapenspreuk van Rome zou kunnen zijn: E che me ne frega - waar zou ik me druk om maken. Milaan komt in opstand, begint aan een zelfonderzoek en preekt als eerste een nieuwe soberheid. Zelfs mode-ontwerper Gianni Versace, beroemd door zijn uitbundige kleurencombinaties, gebruikt op zijn shows donkere, sobere stoffen. In een recordtijd verandert Milaan.

Een enkeling presenteert de corruptie als een virus dat uit de hoofdstad is overgewaaid, maar enkele politici en een aantal ondernemers doen in het openbaar boete, iets wat in Rome en in het zuiden ook later vrijwel niet gebeurt. Sommige bekeringen zijn verdacht en horen bij het amorele ondernemen, dat zijn buik naar de wind hangt. Anderen hebben de moed om hardop te zeggen dat zij fout zijn geweest. Graaf Carlo Radice Fossati bijvoorbeeld. Hij geldt als een `schone', integere christen-democraat en wordt daarom uitgenodigd om een toespraak te houden over `Economie, politiek en corruptie'. Maar ten overstaan van de zaal vol blauw- en zwart-gepakte mannen, met hier en daar een iets feestelijker geklede vrouw, barst de kalende graa f in huilen uit. Langzaam biggelen de tranen van woede en schaamte hem over de wangen, terwijl de zaal gegeneerd toekijkt. Het idool is gevallen: eerder op de dag heeft de graaf moeten bekennen dat hij ongeveer anderhalf miljoen gulden aan steekpenningen heeft betaald om een vergunning te krijgen voor zijn bedrijf, een vergunning waar hij volgens de rechter recht op had maar die om mysterieuze redenen maar niet afkwam. Uitgerekend hij, de man die als wethouder voor stadsplanning een schandaal met steekpenningen aan het licht had gebracht. `Ik moest wel,' zo verdedigt graaf Fossati zich. `Met drie partners hadden we al dertig miljard lire ( 45 miljoen gulden) geÔnvesteerd. Ik moest kiezen tussen mijn geweten als ondernemer en mijn geweten als politicus.' Maar waarom heeft hij de zaak niet aangebracht, een jaar geleden? `Een jaar geleden was het klimaat heel anders.'

Ook de socialist Matteo Carriera, een hoofdrolspeler in de Milanese corruptieschandalen, doet een openbare biecht. In 1976 kreeg hij van de partijleiding het presidentschap aangeboden van een belangrijke sociale instelling in Milaan. Hij aarzelde, want het officiŽle salaris was nog geen vijfhonderd gulden per maand. Maar de lokale partijbazen bezwoeren hem dat dit geen probleem was. `Mij werd duidelijk gemaakt dat ik de mogelijkheid had om voor mijn leven binnen te lopen,' vertelt Carriera. Eerst gebruikte hij de steekpenningen om zijn eigen leven wat comfortabeler te maken. Later kocht hij er zich een groep aanhangers mee, een stemmenblok dat hij iedere keer gebruikt als zijn herbenoeming aan de orde komt. Zestien jaar lang heeft hij de scepter gezwaaid over het bedrijf. In 1985 is hij onderscheiden met de `Orde van Verdienste voor de Italiaanse republiek'. Carriera besluit de onderscheiding terug te sturen naar de president, met een kort briefje. `Ik ben verdoofd door een pervers mechanisme en gemangeld door een onwettig raderwerk zonder de morele kracht om het te stoppen,' schrijft Carriera. `Zonder dat ik het goed in de gaten had heb ik zo mijn wortels als arbeider en boer verraden om een wezenlijk onderdeel te worden van een systeem dat volledig verrot en corrupt is.'

Anderen schrijven een langere brief, een definitief vaarwel. In de herfst van 1992 plegen drie socialistische partijbestuurders en een ondernemer zelfmoord. Een van hen is Renato Amorese, partijsecretaris in het stadje Lodi. Hij is een integer man die zich ťťn keer heeft vergist en daardoor met zeshonderdduizend gulden in de brandkast zit. In zijn afscheidsbrief aan vrouw en kinderen schrijft hij: `Ik heb spijt en het is juist dat ik betaal.' Met zijn gevoel van schaamte is Amorese een uitzondering. De meeste socialisten maken zich er met een glimlach van af. De politiek kost nu eenmaal geld.

 

De corrupte mentaliteit heeft het lokale bestuur in Milaan en veel andere steden in ItaliŽ door en door verziekt. De politici beschouwden de publieke sector als hun persoonlijke eigendom. Het ging niet alleen om geld, maar ook om gunsten. De uitgever Rusconi, die uitstekende banden onderhield met het socialistische gemeentebestuur, mag een historische zaal van het gemeentehuis gebruiken voor een privť-feestje. De appartementen die in publieke handen zijn worden verdeeld volgens politieke criteria. Daarom had bijvoorbeeld Mario Chiesa zo'n macht. Hij had het duizendtal appartementen van de Pio Albergo Trivulzio onder zich en kon mensen aan zich verplichten door hun een woning toe te spelen. Toen Stefania Craxi, de dochter van Bettino, iets moest vinden voor haar Filippijnse hulp, hoestte Chiesa twee kamers op. Toen Bobo Craxi iets nodig had voor zijn secretaris, klopte hij bij Chiesa aan. Journalisten kregen fraaie appartementen tegen een uiterst lage huurprijs toegeschoven, zodat ze vriendelijk zouden blijven schrijven. Chiesa's uur van triomf kwam toen de vrouw van Craxi zijn hulp inriep omdat ze een ruimte nodig had voor een opvangcentrum voor drugverslaafden. Een arme man werd uit zijn onderkomen gezet om plaats te maken voor het centrum. Chiesa wist daarna dat de familie Craxi bij hem in het krijt stond. Het is altijd goed om een politiek krediet uit te hebben staan.

Dit corrupte systeem heeft niet altijd tot slecht bestuur geleid. Chiesa heeft bijvoorbeeld de Pio Albergo Trivulzio ingrijpend gesaneerd en er een visitekaartje van gemaakt waarop hij trots kon zijn. De gesaneerde instelling moest de springplank worden voor de gooi naar het burgemeesterschap die hij in de toekomst wilde doen. Maar Chiesa is een gunstige uitzondering. Zeker in de jaren tachtig was het smeergeld niet meer een aantrekkelijke bijkomstigheid van de politiek, maar een doel op zich. Het simpele feit dat iemand een functie had binnen de partij of binnen het gemeentelijk apparaat was al goed voor zijn bankrekening.

Niet alleen het bestuur, ook het politieke bedrijf is erdoor verziekt. Het smeergeld heeft de manier van politiek bedrijven in ItaliŽ veranderd. Het is daarom niet voldoende om corrupte politici van hun post te ontheffen. De verandering moet ook de organisatie van partijen, de selectie van hun kader en de financiering van de campagnes betreffen.

De opkomst van Chiesa laat zien hoe de Italiaanse politiek heeft gefunctioneerd. Hij heeft de basis voor zijn politieke carriŤre gelegd in het Milanese ziekenhuis Sacco, een groot hospitaal waar alles bij elkaar, artsen, verpleegkundigen, technisch en administratief personeel, ongeveer duizend mensen werken. Vlak na zijn afstuderen als ingenieur wist hij daar een baan te krijgen. Als bewijs van dank moest hij lid worden van de socialistische partij. Chiesa stortte zich daar met volle overgave in en begon de partijsectie in de wijk te organiseren. Hij gebruikte zijn invloed binnen het ziekenhuis om mensen met banen en andere gunsten aan de socialistische partij te binden. Alles was te regelen, zelfs als er een ogenschijnlijk neutrale, door het lot aangewezen sollicitatiecommissie werd ingeschakeld bij een benoeming. Bij de loting, met genummerde balletjes, werd het balletje van de persoon die het moest worden een paar uur in de vriezer gelegd, zodat het op de tast was te herkennen.

Door het optreden van Chiesa en van de honderden andere politici die dezelfde weg gaan, vaak de kunst afkijkend van de christen-democraten, is de socialistische partij van karakter veranderd en een cliŽntelistische organisatie geworden. Mensen werden partijlid omdat ze een baantje wilden hebben. Het aantal leden groeide, maar op de partijkantoren kwamen steeds minder mensen. De oude garde die uit idealisme voor de partij werkte, verdween. De nieuwe partijleden zijn gekocht. Zij werden een claque op verkiezingsbijeenkomsten. Als er partijvergaderingen werden gehouden, stemden zij zoals hun `baas' het wilde. Chiesa verplichtte tweehonderd mensen van de schoonmaakafdeling van het ziekenhuis om uit dank voor hun baan lid te worden van de partij, en daarmee had hij er weer een eskadron bij. De politiek was begin jaren tachtig al zover gedegenereerd dat deze mensen het lidmaatschap niet meer zelf betaalden: wie stemvee wilde hebben, moest het kopen.

Door dergelijke praktijken zijn de kosten van de politiek gestegen. Vrijwilligers om affiches op te plakken, om vergaderingen en manifestaties voor te bereiden, waren niet meer te vinden. Beginselen, idealen, programma's raakten ondergeschikt. Politieke activiteit werd een do ut des - voor wat hoort wat. Dat gold voor het individuele partijlid, het gold ook voor de politicus die zich met geld, banen en andere gunsten steun kocht in een wijk. Als iemand met grotere ambities, zoals een plaatsje in de gemeenteraad, zijn steun inriep, dan moest daarvoor worden betaald. Als de een weigerde, dan was er altijd wel een ander die over de brug wilde komen. Ook daarom kostte het honderdduizenden guldens om zelfs maar tot gemeenteraadslid te worden gekozen.

In de loop van de jaren tachtig zijn de eisen van corrupte politici steeds hoger geworden en werd hun brutaliteit steeds groter. Van gewetensnood had niemand last. Bijna iedereen deed het. Wie niet meedeed, wilde niet weten wat de anderen deden en stelde geen vragen. De enkele rechter die zich aan een onderzoek waagde, werd teruggefloten. De socialistische leider Bettino Craxi zei als premier in een euforisch gevoel van almacht: `Er worden geen rechtszaken gehouden tegen socialisten.' Het enige probleem met het smeergeld was hoe je het moest ontvangen.

 

Dat laatste is ingewikkelder dan het op het eerste gezicht lijkt. Relatief kleine bedragen, bijvoorbeeld een paar duizend gulden voor een lagere ambtenaar of een minder belangrijke politicus, geven nog weinig problemen. Dat bedrag is goed in een envelop te stoppen die discreet kan worden overhandigd. Ook de val van Mario Chiesa is begonnen met een envelop met inhoud. De bustarella, het envelopje, is dan ook het woord dat wordt gebruikt voor smeergeld van betrekkelijk kleine omvang, meestal om een ambtenaar in beweging te krijgen of juist om ervoor te zorgen dat hij de andere kant op kijkt. Een ander veelgebruikt woord is mazzetta, het stapeltje bankbiljetten. De envelop is het klassieke middel, maar sommigen vinden een eigen oplossing: een ondernemer uit LiguriŽ had zijn smeergeld opgestuurd naar Rome in een van die gigantische paaseieren waar Italianen zo graag goede sier mee maken. Meestal bevatten die een verrassing voor de kinderen, maar hij had er voor zo'n 45.000 gulden aan bankbiljetten in gestopt.

Bij grotere bedragen ontstaat een probleem. Het grootste bankbiljet in ItaliŽ is een briefje van honderdduizend, eind 1995 ongeveer honderd gulden. Een paar honderdduizend gulden aan smeergeld wordt dan een hele stapel bankbiljetten. Meestal wordt voor de overdracht een attachť-koffertje gebruikt, met het koffertje als toegift. Een medewerker van oud-minister Prandini van Openbare Werken, waar niets gebeurde zonder smeergeld, heeft verteld dat de kamers op het ministerie vaak helemaal vol stonden met dergelijke koffertjes. Maar ťťn koffertje is vaak niet genoeg om er het afgesproken bedrag in te stoppen. In een berucht schandaal rondom de bouw van gevangenissen, ook al op het ministerie van Openbare Werken, had de koerier vier reizen nodig om het smeergeld van een paar miljoen gulden af te leveren.

Als het gaat om dergelijke grote bedragen wordt vaak naar een andere oplossing gezocht. Regelmatig is gekozen voor staatsobligaties, wegens de hoge rente een zeer populair beleggingsmiddel in ItaliŽ. Een deel van het geld in de Enimont-affaire, een van de grootste smeergeldzaken, is betaald in staatsobligaties. Deze zijn bijna net zo makkelijk te verhandelen als contant geld, want ze zijn aan toonder.

Om het gezeul met koffertjes te voorkomen is vaak in natura betaald. De Napolitaan Paolo Cirino Pomicino, een aantal malen minister geweest, was daar een meester in. Zijn open-hartoperatie in Houston, de Mercedes en de schilderijen voor zijn vriendin, haar pied-ŗ-terre in Milaan, het zijn allemaal steekpenningen in natura. De president van de regio LiguriŽ vroeg voor een ton aan postzegels. Oud-minister van Gezondheid Francesco De Lorenzo en zijn vrouw hebben dankbaar menige diamanten halsketting aangenomen. En de politieke secretaris van de sociaal-democraten kreeg in 1986 als dank voor een contract voor een onderhoudscentrum van rijkswaterstaat een vuurrode bmw in luxe uitvoering voor de deur.

Ook schilderijen zijn gebruikt als betaalmiddel, zeker doeken die goed verkoopbaar zijn. Soms was het een betaling in natura aan een kunstminnaar, andere keren een ingewikkelde manier om de justitie om de tuin te leiden. Zo is regelmatig op kunstveilingen de prijs voor een schilderij hoog opgedreven omdat daarmee smeergeld moest worden betaald. Het ging dan om een werk van onduidelijke afkomst dat te koop werd aangeboden door een politicus of diens handlanger. Een medeplichtige criticus prees het tegen een forse provisie aan als een meesterwerk, en uiteindelijk kocht het bedrijf dat het smeergeld moest betalen, de `ontdekte oude meester' voor een prijs die vele malen te hoog was.

Iets vergelijkbaars is gebeurd met de aankoop van aandelen. Toen de verzekeringsmaatschappij Sai van Salvatore Ligresti zestien miljoen lire moest betalen om alle honderdveertigduizend werknemers van de staatsholding eni te mogen verzekeren, gebeurde dat door de overname van aandelen in drie bedrijfjes van een Napolitaanse hoogleraar tegen een bedrag dat vele malen hoger lag dan de werkelijke waarde.

Hierbij ging het steeds om smeergeld dat niet naar een partij ging, maar naar een politicus. Als de partij betaald moest worden of een stroming binnen de partij, was het iets eenvoudiger. Vaak werd voor een fors bedrag geadverteerd in partijbladen als Avanti! (socialisten) en Il Popolo (christen-democraten). De reclame had niets te maken met een doelgroep die bewerkt moest worden, maar met een rekening die moest worden voldaan. Hetzelfde gold voor sponsoring van aan de partij gebonden culturele instellingen, voor stands op congressen en symposia. Ook moest een bedrijf soms als dank voor een opdracht een partijgebonden onderzoeksbureau een kostbare studie laten uitvoeren, die nergens toe diende en door niemand werd gelezen. En hoewel tv-magnaat Berlusconi binnen de regels van de wet lijkt te zijn gebleven, beschouwen veel Italianen zijn forse korting op tv-spotjes voor met name de socialistische partij als een vergoeding voor de bescherming die de socialistische leider Bettino Craxi hem in de jaren tachtig heeft geboden.

Grote bedrijven die veel zaken doen in het buitenland, hadden het makkelijker. De betalingen werden in het buitenland gedaan op een buitenlandse rekening, ver uit het zicht van de Italiaanse justitie. Het best georganiseerd was de staatsholding eni . Florio Fiorini, voormalig financieel directeur van de holding, heeft verteld dat de eni van 1970 tot 1981 iedere maand zo'n driehonderdduizend dollar overmaakte naar verschillende partijen, en dat dit geld geput werd uit de enorme winsten van de speculatie met wisselkoersen - samenwerking met vrienden bij een aantal buitenlandse banken had van deze speculaties een roulette gemaakt waarin je niet kon verliezen. Andere bedrijven creŽerden geheime smeergeldfondsen door een deel van de winst die in het buitenland werd gemaakt verborgen te houden, of door betalingen te verrichten aan buitenlandse dochtermaatschappijen voor werkzaamheden of leveranties die nooit waren uitgevoerd.

Het geld werd meestal betaald langs een omweg, via Latijns Amerika, Luxemburg, de Antillen, Liechtenstein of andere landen waar banken nog minder vragen stellen dan in Zwitserland, de eindbestemming. Zwitserse banken hebben uitstekende zaken gedaan met de corruptie-affaires in ItaliŽ. Alle grote partijen hadden daar een rekening, en veel partijfunctionarissen bezaten een privť-rekening. Daarom werd en wordt er veel op en neer gereden tussen Milaan en Lugano, de Zwitserse stad net over de grens met tientallen banken, waar de meeste deposito's in handen zijn van Italianen. In Zwitserse bankkringen wordt geschat dat er voor ongeveer 1,4 miljard Zwitserse frank aan Italiaans smeergeld op rekeningen in Zwitserland staat. Ook onder de christen-democraten was dit een vast ritje. De socialisten hebben de politieke corruptie niet uitgevonden. Maar zij hebben het spel wel zeer snel geleerd. In de jaren tachtig, toen de socialisten onder Craxi een bloeiperiode doormaakten, is de politieke corruptie naar nieuwe pieken gestegen.

 

Milaan was de toonzaal van de socialisten, de grootste partij in de stad. Hier wilden de socialisten zich in de jaren tachtig etaleren als vernieuwers, als krachtige bestuurders. De machtsbasis van de socialistische leider Bettino Craxi lag al in Milaan, maar hij heeft van de stad een privť-rijkje gemaakt. De man van zijn ambitieuze zuster Rosilde, Paolo Pillitteri, is de stad door Craxi opgelegd als burgemeester. Om zijn plaats aan het hof te onderstrepen stelde deze zich vaak niet voor als burgemeester Pillitteri, maar als de zwager van de grote leider. Craxi's zoon Bobo werd al op twintigjarige leeftijd doorgedrukt als partijsecretaris.

Craxi heeft zich steeds gepresenteerd als de man die ItaliŽ zou moderniseren. Om dat beeld te onderstrepen creŽerde hij een soort onofficiŽle hofhouding in de stad, als een alternatief voor de bestaande, wat bedompte salotto buono. Opkomende ondernemers als mediamagnaat Silvio Berlusconi en de steenrijke projectontwikkelaar Salvatore Ligresti zaten daarbij, alsmede modeontwerpers als Trussardi, Ferrť, Krizia en Versace, regisseurs als Lina WertmŁller en Vittorio Gassman, zangers als Claudio Villa en Edoardo Bennato, een hele groep andere kunstenaars, architecten en intellectuelen, en een onuitputtelijke voorraad adembenemend mooie fotomodellen. Bijna allemaal `dwergen en ballerina's', zou Craxi's Zuiditaliaanse partijgenoot Rino Formica later zeggen. Maar in die tijd waren dat de mensen die ItaliŽ een nieuw gezicht gaven. Craxi was de vernieuwer, de grote belofte voor de toekomst. Made in Italy stond voor een sterke economische opleving, mode en design, en niet meer voor mafia en corruptie, stakingen en terrorisme. ItaliŽ maakte een enorme boom door. In 1985 bracht Craxi als premier een triomfantelijk bezoek aan de Milanese beurs, als om te zeggen: dat het hier zo goed gaat komt door mij. Veel mensen begonnen te praten over een nieuwe Renaissance in ItaliŽ, met Craxi in de rol van een eigentijdse Lorenzo De' Medici.

Het onderzoek Mani Pulite heeft een kijkje achter de coulissen van dit spektakel geboden. En dan blijkt dat `socialistisch' in veel gevallen niet synoniem is met `vernieuwend', maar met `corrupt'. `Milaan heeft zijn solide grijze, introverte en lutherse ziel verkocht in ruil voor vier ateliers van knopenaanzetters, vier lokalen van de nouvelle cuisine, vier kletspraatjes over modernisering,' schrijft de linkse humorist Michele Serra. In recordtijd komen er tientallen grappen over op. Socialisten houden van sportauto's, omdat die een klein stuur hebben: dan kunnen ze rijden met de handboeien om. Een ander grapje vertelt het recept voor pollo alla socialista: men stele een kip..... Op het station van Milaan klinkt het ding-dong voor een oproep: Willen de socialisten die de trein naar Rome hebben gepakt, die onmiddellijk terugbrengen naar spoor vier?

Craxi zelf is het grootste mikpunt. Zijn kleinzoon schrijft een brief aan de kerstman en vraagt als cadeautje honderdduizend lire, om zelf iets leuks uit te zoeken. Opa Craxi leest de brief en is diep geroerd. Maar hij is platzak, en heeft alleen nog een bankbiljet van vijftigduizend. Hij stopt het in een envelop met een briefje: dit is van de kerstman. De kleinzoon doet de envelop open, reageert wat koeltjes en stuurt meteen een nieuwe brief naar de kerstman. Hartelijk dank voor de honderdduizend lire die u mij heeft gestuurd. Maar u had het geld beter niet via opa kunnen sturen. U weet hoe hij is, zoals altijd heeft hij weer de helft zelf gepikt.

De spot laat de teleurstelling zien. De corruptieschandalen betekenen de ontluistering van een man die meer dan een decennium lang de Italiaanse politiek heeft beheerst. In de jaren tachtig werd Craxi bewonderd om zijn daadkracht. Hij imponeerde met zijn forse gestalte en glimmend-kale hoofd, charmeerde met zijn glimlach. Hij heeft veel mensen geŽrgerd met zijn driftaanvallen en zijn drammerigheid, en zijn gewoonte om lange pauzes te houden tussen zijn zinnen maakte een gesprek met hem tot een marteling. Craxi was de baas en wilde dat er naar hem werd geluisterd, en dat gebeurde ook. In de vier jaar dat hij premier was, tussen 1983 en 1987 , heeft hij een enorm prestige opgebouwd. De socialistische partij werd het referentiepunt en de hoop van een toonaangevende progressieve middenklasse die ItaliŽ wilde moderniseren. Craxi, wel `de Duitser' genoemd omdat hij het eindeloze zoeken naar compromissen kon doorbreken met een gezonde dosis besluitvaardigheid, was de onbetwiste aanvoerder.

`De lange golf', zo luidde Craxi's politieke toverformule. Zijn machtsovername binnen de partij, in 1976 , luidde een omwenteling in voor de socialistische partij. Jarenlang had zij de tweede viool gespeeld en dreigde zij verpletterd te worden tussen de twee kolossen van de Italiaanse politiek, de christen-democraten en de communisten. Craxi zwoer de restanten van de marxistische ideologie af, verving hamer en sikkel als partijsymbool door een anjer, en presenteerde de socialisten als vernieuwer in een systeem waar christen-democraten en communisten onder ťťn hoedje speelden. Van een partij in de verdrukking werden de socialisten een sleutelpartij, met haar rond de vijftien procent van de stemmen een onmisbare partner voor de christen-democraten. Door behendig politiek manoeuvreren veranderde Craxi de positie van de socialisten van slachtoffer in een titanenstrijd tot politieke smaakmaker. Nu eens waren zij een moderne daadkrachtige regeringspartij, dan weer een linkse partij die eerder dan de communisten met haar tijd mee was gegaan. Spelend in deze twee registers mikte Craxi op een gestage stijging van de socialistische aanhang, de lange golf die zijn partij groter moest maken dan de communisten en daarna een linkse coalitie mogelijk moest maken, vanzelfsprekend onder zijn leiding.

Het lijkt op de manier waarop in Frankrijk de socialisten van FranÁois Mitterrand aan de macht zijn gekomen. In het begin leek Craxi's strategie te werken. Craxi kon eisen gaan stellen. De socialisten vochten zich binnen op sleutelposten in de omvangrijke staatssector en eisten hun deel van het smeergeld. Hun mooiste moment kwam in 1983 , toen Craxi premier werd, de eerste socialistische premier sinds de oorlog. Dat was het begin van een periode van bijna vier jaar politieke stabiliteit. Craxi's kantoor aan de piazza Duomo in Milaan en zijn appartement in hotel Raphael achter de piazza Navona in Rome werden verplichte stops voor iedereen die wilde meetellen. Binnen de partij heerste Craxi als een absolutistische vorst. Hij duldde geen enkele vorm van tegenspraak. Als iemand in een discussie opmerkte `Craxi heeft het zo gezegd', was het gesprek afgelopen. Als een partijgenoot het waagde zijn leiderschap ter discussie te stellen, heette het dat hij had geprobeerd `direct in de zon te kijken'. Craxi besloot alleen, de intendance volgde.

Ook na zijn premierschap is Craxi nog een paar jaar de belangrijkste politicus van ItaliŽ gebleven. Het hoogtepunt van zijn megalomanie was het partijcongres in 1989 , in een hal van een voormalige staalfabriek in Milaan. Op eerdere partijcongressen had de architect Filippo Panseca trappen van spiegels gemaakt en Griekse tempels van neonbuizen. In Milaan werd een acht meter hoge piramide neergezet, en vanuit deze driehoek sprak een elektronisch vergrote Craxi als God de Vader de partijgelovigen toe.

Craxi zelf waande zich onfeilbaar en onaantastbaar in die periode. Hij had een alliantie gesloten met de christen-democratische leiders Giulio Andreotti en Arnaldo Forlani, de caf genoemd, naar de achternamen van de drie protagonisten. Het was een soort duivels pact waarmee Craxi zijn macht dacht veilig te stellen, maar waarmee de sluwe christen-democraten in feite Craxi's politieke speelruimte beperkten en hem zo vleugellam maakten. Voor het eerst was Craxi geen vernieuwer meer. Hij keerde zich in 1991 tegen het referendum over een kleine politieke hervorming en riep de kiezers op naar het strand te gaan in plaats van naar het stembureau. Maar veel Italianen luisterden niet meer naar Craxi. De kiezers die gingen stemmen, zeiden massaal `ja' tegen de vernieuwing die hij probeerde tegen te houden. Twee jaar na de piramide was er weer een partijcongres, en daar zat de partijleider zwaar transpirerend in hemdsmouwen. Een leider onder druk.

Ook binnenskamers groeide de kritiek. `Craxi zat vastgekleefd aan de regenjas van Arnaldo Forlani, een man voor wie verandering het werk van de duivel is,' merkte Craxi's paladijn Claudio Martelli bitter op. Toch begon de socialistische leider vol verwachtingen aan 1992 . Zijn prestige was nog steeds groot. Zelfverzekerd zei hij geen andere kandidaten te zien voor het premierschap na de verkiezingen, in april. `Er is maar ťťn kandidaat, en dat ben ik.' Het moest zijn glorieuze wederopstanding worden in het jaar dat de partij haar honderdjarig bestaan wilde vieren.

Maar in februari begint de bom van de operatie Schone Handen te tikken. De socialistische partij wordt ontmaskerd als een groep politieke goudzoekers en baantjesjagers die van Craxi de vrije hand hebben gekregen op lokaal niveau en in de staatsbedrijven, in ruil voor absolute macht voor hem in de landelijke politiek.

In zijn poging overeind te blijven valt Craxi terug op twee verdedigingslinies. De eerste is de corruptie presenteren als een algemeen aanvaarde methode van politieke partijen om hun uitgaven te dekken. Iedereen doet het, en daarom is het niet fout. Vijf maanden na het begin van het justitiŽle onderzoek stelt hij in een lange toespraak in de kamer een collectief pardon voor. `We moeten zeggen, en iedereen weet dat, dat een groot deel van de financiering van de partijen onrechtmatig of illegaal is. De partijen hebben hun toevlucht genomen tot deze aanvullende inkomsten en doen dat nog steeds. Als een groot deel van deze materie als puur crimineel wordt beschouwd, dan zou een groot deel van het systeem crimineel zijn.' Dat laatste is volgens hem per definitie onmogelijk. Craxi is de eerste politicus geweest die openlijk heeft toegegeven dat de partijen systematisch smeergeld hebben gevraagd. Maar zijn boodschap is dat de Italianen daar eigenlijk dankbaar voor zouden moeten zijn: het geld was nodig voor de partijen, de partijen zijn nodig voor een democratie, en wie is er nou tegen democratie? Als deze redenering al enige waarde heeft, is het als demonstratie van de schaamteloosheid waarmee Craxi en de zijnen hun corrupte praktijken hebben uitgevoerd.

De tweede verdedigingstactiek van Craxi is nog desperater en bestaat uit geschreeuw en gescheld. Keer op keer zoekt hij de publiciteit met tierende uithalen. De mensen die hem beschuldigen, zijn `jakhalzen'. Een partijfunctionaris die is gaan praten, is `een halve gare'. De justitie heeft `fascistoÔde neigingen' en het hele corruptieonderzoek is `ťťn groot komplot'. Op een gegeven moment ontwaart hij er zelfs de hand in van niet nader aangeduide grote economische groepen die `een elite-regering' zonder politieke partijen zouden willen vormen. Zelf zou hij het slachtoffer zijn van een politieke moordaanslag. `Ze willen mij politiek vermoorden,' zegt hij. `Het is moeilijk om in de geschiedenis van onze republiek - en zelfs daarbuiten - precedenten te vinden voor de campagne van persoonlijke en politieke agressie tegen mij. Zelfs onder Mussolini gebeurde zoiets niet.'

Het is het delirium van een autoritair leider die niet wil erkennen dat zijn uur heeft geslagen, en zeker niet zijn fouten wil toegeven. Terwijl zijn christen-democratische collega's discreet een stapje terug doen, blijft Craxi voor op het toneel staan schelden en roepen dat hij van niets weet, dat alles een vergissing is. Het is bijna pathetisch, maar de partij durft hem pas tot aftreden te dwingen als een van zijn vertrouwelingen, de architect Silvano Larini, in februari 1993 de Milanese rechters vertelt dat hij in de periode 1987 - 1991 voor zeker elf miljoen gulden aan smeergeld heeft opgehaald en dat heeft afgeleverd op het kantoor van Craxi in Milaan, aan de piazza del Duomo, in de kamer naast die van Craxi. Binnen een week is Craxi, de man die zestien jaar lang de socialisten met een ijzeren hand heeft geleid, partijleider af. Symbolisch voor zijn ontluistering is dat de redactie van de Italiaanse Who's who besluit Craxi niet meer op te nemen in de nieuwe editie. Wat later besluit de redactie van het belangrijkste woordenboek, dat van Devoto en Oli, het woord craxisme te schrappen. Het stond voor besluitvaardigheid en de weigering van de socialisten om de tweede viool te spelen. De reactie van Craxi: het zijn `imbecielen', eerst om het woord op te nemen en nu om het te schrappen.

De partij blijft na zijn aftreden in ontreddering achter. De lange golf die haar aan de macht moest brengen, is een fantasie gebleken. De opvolger van Craxi, Giorgio Benvenuto, moet na nog geen honderd dagen het veld ruimen omdat de oude garde zich verzet tegen vernieuwing. Zijn opvolger Ottaviano Del Turco blijft weinig anders over dan proberen te voorkomen dat de partij helemaal verdwijnt, maar moet ook al snel opstappen omdat het hem niet lukt. De partij moet haar kantoren aan de via del Corso in Rome ontruimen, omdat de huur al maanden niet meer is betaald en de partij een huurschuld heeft van meer dan een miljoen gulden. Een baken in de Italiaanse politieke topografie verdwijnt. De partij vestigt zich in de kantoren van de partijkrant Avanti !<D%0> Bij tussentijdse lokale verkiezingen durven de socialisten niet meer hun eigen naam te gebruiken. Toch tuimelen ze naar onder de vier procent. Van sleutelpartij worden de socialisten, de oudste politieke partij van ItaliŽ, een groepje in de marge.

Na een taaie interne strijd tussen de vernieuwers en de craxisten, die van geen nederlaag willen weten, wijzigt de partij haar partijsymbool. De anjer die Craxi in 1978 koos als teken van vernieuwing en waarmee hij de congreszalen vol liet zetten, is onder partijleider Del Turco vervangen door een rode roos. `Symbolen zijn het teken van een tijdperk,' zei Del Turco. `Met het nieuwe symbool willen we laten zien dat het oude tijdperk en alles wat daarbij hoorde, definitief voorbij is.'

 

 

Ga terug naar startpagina van De Italiaanse revolutie of lees het volgende hoofdstuk

 

 

Deze website is gemaakt door Marc Leijendekker
teksten © 2007 en 1994-1996