home ē discussie ē recensies ē lezingen ē  links ē de Italiaanse revolutie    
nrc.nl ē prometheus

Dit boek is verschenen in 1996. Veel eruit is nog steeds van kracht,
maar zie 'Het land van de krul' voor een recenter beeld van ItaliŽ.

 

1 De instorting van het palazzo

 

In 1992 is in ItaliŽ een revolutie in slow motion begonnen die verloopt als een ouderwetse oorlog: geen snelle bliksemacties, maar een langdurige strijd met een reeks veldslagen, met periodes van hollen en periodes van stilstaan, met grote chaos en verwarring, met schijnoverwinningen en gedwongen terugtochten. Waar de revolutie zal eindigen, is nog niet duidelijk. Zij wordt meer gedreven door afkeer en woede dan door een duidelijk beeld van de toekomst. De revolutie is begonnen zonder dat een marsroute is uitgestippeld. De afbraak van het oude systeem is ingezet zonder bouwtekeningen voor een nieuw.
Maar een revolutie is het, compleet met de val van de goden. De oude portretten zijn bijna allemaal van de muur gehaald. Een politieke klasse die het land decennia lang heeft geregeerd en zich onaantastbaar waande, is aan het verdwijnen. Tegen bijna een derde van de parlementsleden die in 1992 zijn gekozen, is een onderzoek wegens corruptie of banden met de mafia begonnen. Nieuwe verkiezingen twee jaar later leidden tot de radicaalste vernieuwing van de politieke klasse sinds de oorlog. Toen de revolutie eenmaal goed op stoom was, sneuvelde er bijna iedere week wel een politiek of economisch kopstuk. De politieke leiders van de vijf traditionele regeringspartijen en van de grootste oppositiepartij en de presidenten van de drie overkoepelende staatsholdings zijn verdwenen. Het gemeentebestuur in Rome, Milaan, Napels en tientallen andere steden is onthoofd. Er is ook al een eerste valse profeet van de vernieuwing ontmaskerd: mediamagnaat Silvio Berlusconi. 
De schandalen hebben de rot in het politieke systeem blootgelegd en tegelijkertijd duidelijk gemaakt hoe diep die rot in de samenleving is doorgedrongen. Leidende ondernemers hebben van het vrije kapitalisme dat zij aanhangen, een farce gemaakt waarachter met smeergeld gekochte monopolieposities schuilgaan. Honderden ondernemers zijn gearresteerd. De mafia blijkt een groot deel van haar kracht te hebben ontleend aan politieke bescherming. Nu die wegvalt is de mafia minder onaantastbaar dan lang is gedacht. De inlichtingendiensten zijn broeinesten van corruptie, politieke intriges en vermoedelijk ook van politiek terrorisme. Beginselen van goed openbaar bestuur zijn verkwanseld voor extra stemmen, voor extra geld. Jarenlang is op de meest schaamteloze wijze de schatkist geplunderd. En van hoog tot laag heeft de politiek bijgedragen tot een cultuur van cliŽntelisme, extreem opportunisme en egoÔsme, een cultuur waarin geen plaats is voor verantwoordelijkheid nemen en rekenschap afleggen. De politiek heeft de samenleving niet alleen financieel, maar ook moreel gecorrumpeerd. In ItaliŽ woedt een kanker die vrijwel overal uitzaaiingen heeft. Tegen meer dan zesduizend mensen loopt een onderzoek op verdenking van corruptie.
Veel van de zaken die tussen de puinhopen van het oude regime worden ontdekt, komen niet echt als een verrassing. Mafia en politiek, ondernemers en kartels, inlichtingendiensten en bommen, het zijn oude beschuldigingen. Maar zij konden nooit echt worden aangepakt, omdat rechters en journalisten werden tegengehouden of bang waren. Bovendien vonden veel Italianen de waarheid niet interessant. Carlo De Benedetti, de meest kritische onder de topondernemers, maar inmiddels ook betrapt op het betalen van smeergeld, heeft gezegd: `Wij hebben een cultuur van de niet-waarheid gehad, van het verhullen van de problemen, van de kop in het zand.'
De vraagtekens van vroeger zijn veranderd in uitroeptekens. De waarheid komt aan het licht, en die is vaak gruwelijker dan de meest fantasierijke scenario's. De voortdurende onthullingen leiden tot enorme verwarring, tot het gevoel dat ItaliŽ stuurloos is geworden. De opkomst van valse profeten die onder de vlag van vernieuwing hun eigen belangen proberen veilig te stellen, vergroot de chaos. Maar veel Italianen ervaren het demasquť van het oude bestel ook als een bevrijding: het is niet meer zeker dat de machthebbers van vandaag er morgen nog zitten. `Eindelijk. Eindelijk weten we niet meer wat er gebeurt,' zegt de voormalige vakbondsleider Vittorio Foa. `Is dat geen teken dat we vrij zijn?'
Hoewel de wraakgevoelens sterk zijn, is de Italiaanse revolutie niet gewelddadig. Er is veel verbaal geweld, maar er zijn geen barricades, en de bommen komen van de andere kant. De Italianen zelf praten over de revoluzione dolce - de zoete, pijnloze revolutie. Het `geweld' komt van de justitie die machtige ondernemers en mafiosi in de boeien slaat, van officieren van justitie die politici aanklagen die zich onaantastbaar waanden, van kiezers die massaal hun voorkeur veranderen nadat zij jarenlang hetzelfde hebben gestemd, en af en toe van politici die met alle macht die hen nog rest proberen terug te vechten.
De omwenteling is te vergelijken met de val van de communistische regimes in Oost-Europa. De Italiaanse politieke klasse leefde in zo'n geprivilegieerde wereld dat zij de nomenklatoera werd genoemd. En bovendien had zij een sterke greep op de staatsbedrijven en langs die weg ook een enorme invloed in de samenleving. Met 45 jaar christen-democratisch bewind, in de eerste jaren alleen, later aangevuld met coalitiepartners, is ItaliŽ in feite een ťťn-partijstaat geweest. De machthebbers zijn dezelfde gebleven - zevenvoudig premier Giulio Andreotti stond ook eind jaren veertig al op foto's, alleen toen nog zonder bril. Die ťťn-partijstaat waarvan Andreotti het symbool is, is nu politiek, economisch en moreel failliet verklaard. Andreotti staat terecht op de huiveringwekkende beschuldiging jarenlang de beschermheer te zijn geweest van de mafia. 
De internationale recessie in het begin van de jaren negentig heeft de problemen aangescherpt. Maar de economische problemen in ItaliŽ zijn eerder het gevolg dan de oorzaak van de politieke crisis. Dat wordt zichtbaar in de manier waarop de de lire als een jojo reageert op ieder nieuw teken van politieke instabiliteit. De Italiaanse revolutie wordt gevoed door het feit dat nu de rekening wordt gepresenteerd voor jaren van zorgeloze vriendjespolitiek en corruptie, waarin honderden miljoenen guldens over de balk zijn gegooid. Soms is de schatkist rechtstreeks geplunderd, andere keren met een omweg, doordat de bedrijven het smeergeld dat ze moesten betalen voor overheidscontracten, doorberekenden. Maar het resultaat is hetzelfde: de schatkist is leeg.

De politieke parallel met de vertrouwenscrisis in andere landen gaat maar zeer ten dele op. In andere Westeuropese landen is een algemene politieke malaise zichtbaar die direct te maken heeft met de crisis van de verzorgingsstaat. Ondanks een reeks van riante sociale voorzieningen is in ItaliŽ nooit sprake geweest van een verzorgingsstaat. De `verzorging' heeft vooral bestaan uit het afkopen van sociale onrust en het kopen van stemmen; zij was niet algemeen en zij was geen recht. De malaise in ItaliŽ komt niet door het falen van een bestuurlijk-administratief idee, maar door het falen van de democratie. De politieke degeneratie vloeit voort uit het feit dat de Italiaanse democratie geblokkeerd was en sinds de oorlog geen machtswisseling heeft gekend. Het gebrek aan een democratische cultuur blijkt ook in het optreden van Berlusconi, die de meest elementaire regels schendt van de liberale democratie die hij zijn aanhangers belooft. 
Het verzet onder de bevolking tegen het uitblijven van echte machtswisselingen groeide al jaren, vooral nadat de officiŽle faillietverklaring van het communisme aan het einde van de jaren tachtig een einde had gemaakt aan de angst om met kritiek op de regeringspartijen te belanden in het andere kamp, dat van de communistische partij, sinds 1991 ex-communistisch. Eind jaren tachtig, begin jaren negentig begint ook de protestpartij Lega Nord op te komen in het noorden van het land. Maar een revolutie is het dan nog niet. Die begint pas met de smeergeldschandalen die in 1992 langzaam aan het licht komen.
Corruptie is een constante in de Italiaanse politiek. Er zijn in het verleden genoeg goed-gedocumenteerde gevallen te vinden. Maar hoe omvangrijk en ernstig ook, die corruptiegevallen waren incidenten. Dat in 1992 de revolutie begint komt doordat dan een systeem wordt blootgelegd dat van corruptie aan elkaar hangt. Smeergeld blijkt regel te zijn, geen uitzondering. Overal, altijd, soms zelfs zonder dat erom wordt gevraagd. Er ontstaat een sneeuwbaleVect van aangiften, van ontdekkingen van nieuwe corruptiegevallen. De justitie is plotseling overal: op de gemeentehuizen, in de directiekamers, op de ministeries, op de partijkantoren, in de kazernes, zelfs in eigen huis, in de paleizen van justitie. In de beklaagdenbank staan zes ex-premiers, tientallen ex-ministers, en honderden parlementariŽrs en ondernemers. Alles blijkt besmet. De socialistische leider Bettino Craxi, de man die volgens de justitie het meeste smeergeld heeft ontvangen, geeft het zelf toe in een dramatische toespraak in de Kamer van Afgevaardigden, op 3 juli 1992: het was `een heel systeem... waarin iedereen wist en niemand iets zei'.
De steekpenningen hebben het kader veranderd waarin politiek werd bedreven. Besluiten zijn genomen op basis van het smeergeld dat zij opleverden, niet op grond van hun nut voor de samenleving. Persoonlijke verrijking is een hoofddoel geworden voor politici. De politiek in gaan betekende in feite in zaken gaan. Die ontdekking heeft ertoe geleid dat miljoenen Italianen `basta' hebben gezegd. Het volk is in opstand gekomen, heeft zijn leiders met muntjes bekogeld en hen onthaald op een spervuur van scheldwoorden. Jarenlang is de politieke verandering gemeten in tienden van procenten. Nu gaat het met tien of meer procent tegelijk, als de kiezers massaal op drift zijn geraakt, op zoek naar een uitweg. 
In een aantal opzichten lijkt het ItaliŽ van nu op dat van direct na de Tweede Wereldoorlog, na de val van het fascisme. Opnieuw moet er worden afgerekend met een verleden waarin sprake was van `een onverdraaglijke opeenstapeling van corruptie, arrogantie, inefficiŽntie, van een regime dat niet in staat is zichzelf te hervormen' - het citaat is van de auteur Giorgio Bocca. Opnieuw moet het land een nieuw begin maken. In de eerste twee jaar van de revolutie heeft de nadruk gelegen op het puinruimen, in de anderhalf jaar daarna op een ingewikkelde en chaotische strijd om de macht tussen vernieuwers en schijnvernieuwers, opportunisten en pragmatici, oververhitte drammers en bedaagde bankiers. Als het stof is gaan liggen, moet een periode van herstel en wederopbouw beginnen, politiek, economisch en moreel, een periode waarin het land zichzelf een nieuwe identiteit moet geven. 
Dit boek is een poging de Italiaanse revolutie in kaart te brengen met al haar verscheidene aspecten. De chronologie van de revolutie is chaotisch en verwarrend. Daarom is gekozen voor een thematische aanpak en worden de verschillende achtergronden apart belicht: de wanhoop van de nomenklatoera, de woede van het volk en de opkomst van de officieren van justitie als de nieuwe helden. Het dubbelspel van de ondernemers en het democratisch tekort in de samenleving. De duistere en bloedige praktijken van de geheime diensten en de mafia. De taaie macht van de christen-democraten, het lange tijd onbevredigende alternatief van de (ex-)communisten en het protest van het noorden. De komeetachtige opkomst van mediamagnaat Silvio Berlusconi, die het vertrouwen dat hij aanvankelijk van de kiezers krijgt interpreteert als een vrijbrief om te doen en laten wat hij wil. 
Het ItaliŽ van de jaren negentig biedt een totaal ander beeld dan dat van de jaren tachtig, toen het land een hausse doormaakte en werd geÔdentificeerd met fantasievol design, succesvolle mode-ontwerpers en ondernemers die zich opmaakten voor de verovering van Europa. Nu lijkt Made in Italy te staan voor mafia, corruptie en chaos. Beide beelden zijn overtrokken. De chaos die nu aan het licht komt is dezelfde chaos die vroeger achter de coulissen heerste. De mafia is in de verdediging gedrongen. De corruptie die is ontdekt is corruptie uit de jaren tachtig en begin jaren negentig, terwijl nu politieke partijen in de problemen komen omdat de smeergeldstromen zijn opgedroogd. Maar het dolce vita  van de jaren tachtig is definitief voorbij. De Italianen, van nature voorzichtig, conservatief en niet zo snel geneigd tot veranderingen, zijn aan een lange mars begonnen. Waar de Italiaanse revolutie eindigt, is nog onduidelijk. Maar het Palazzo, de verzamelterm die dichter-filmer-schrijver Pier Paolo Pasolini begin jaren zeventig bedacht voor de paleizen van de macht in Rome en Milaan, is zover ingestort en afgebroken dat het niet meer kan worden gerestaureerd.

Ga terug naar startpagina van De Italiaanse revolutie of lees het volgende hoofdstuk

 

 

Deze website is gemaakt door Marc Leijendekker
teksten © 2007 en 1994-1996